Datum: 15-10-2019 - 19:00

Hoe ist? Ja bèst! 'Een Uitgestoken Hand'.

Dorpsgenoot 'Ruud' schrijft met regelmaat een column op BON met 'Een blik met een knipoog op het dagelijkse leven in Noordwijkerhout'. De al eerder verschenen columns kunt u teruglezen aan de linkerkant van het scherm bij uitgelicht. Vandaag weer een nieuwe: Hoe ist? Ja bèst!....

Hoe ist? Ja bèst! Een blik met een knipoog op het dagelijkse leven in Noordwijkerhout!

Hoe ist? Ja bèst!  'Een Uitgestoken Hand'.
Het is maar zelden dat ik een uitgestoken hand negeer en waarom zou ik? Letterlijk kan het een handdruk zijn of een joviale begroting. Figuurlijk kan een uitgestoken hand een aanbod zijn voor hulp of een gebaar om nader tot elkaar te komen.

In het verkeer is het echter ietsje anders. De eerste keer dat ik ooit in Parijs was, heb ik met open mond staan kijken naar al die uit autoramen gestoken handen die met driftige gebaren probeerden aan te geven waar ze naar toe wilden. Begrepen werd het niet echt en de chaos werd er ook niet minder om.

Op de fiets dien je je hand uit te steken als je van richting wilt veranderen. Net zo goed als het gemotoriseerde verkeer ook moet aangeven dat ze willen afslaan. Dit alles heeft een reden want, het is namelijk best wel handig als je medeweggebruikers kunnen anticiperen op je afbuiggedrag.

Toch blijkt het erg lastig om dit consequent na te leven. Rijd ik laatst op de Viaductweg met een fietsster rechts voor me. Niets aan de hand zou je zeggen, maar deze dame steekt spontaan haar linkerhand uit en kruist zonder om te kijken rakelings voor me langs  de Hoogstraat in, richting Landbouwplein. “Ik stak toch m’n hand uit”, was haar reactie op mijn getoeter.

Op de Herenweg is het overigens niet veel beter. Daar waar het fietspad ophoudt te bestaan, moeten fietsers oversteken om aan de linkerkant hun weg te vervolgen. Nou dat gebeurt dan ook vrolijk. Met uitgestoken hand, een slimme telefoon in de andere en twee witte draadje die ieder in een oor eindigen, wordt de hindernis zonder pardon genomen.

Als ik vervolgens met vibrerende hartkleppen uit m’n raampje roep dat dit slechter had kunnen aflopen, krult uit z’n uitgestoken hand langzaam een vinger omhoog; niet zijnde z’n duim.

Op zondagmorgen is het op de weg nog veel leuker. Groepen fietsers in strakke broeken en puilende buiken, razen over paden en wegen. De adrenaline giert door de aderen en het asfalt is van hen. Verblind door het verlangen niet achter te blijven bij de rest, worden de pedalen tot het uiterste gemarteld. Ze waarschuwen elkaar voor paaltjes en andere obstakels, maar een handreiking naar andere weggebruikers zit er niet in.

Steek gewoon je hand eens op of uit of schud die van een ander. Wordt het vast allemaal een beetje leuker.

Hoe is het? Ja bést, ook al zit ik soms met m’n handen in het haar.

RUUD