Datum: 28-11-2022 - 17:15

02
feb
'22
College beantwoordt vragen fractie NZLokaal over: Handhaving illegale huisvesting arbeidsmigranten.
Geschreven door NZLokaal / College van B&W
Foto's Redactie BON

College beantwoordt vragen fractie NZLokaal over: Handhaving illegale huisvesting arbeidsmigranten.

Fractie NZLokaal: De fractie van NZLokaal krijgt signalen dat de handhaving van de illegale huisvesting van arbeidsmigranten niet goed verloopt. Een extreem voorbeeld is de situatie die wordt aangehaald in de brief van 14 september jl. van een verzoeker van twee handhavingszaken aan uw college. Veertien maanden na de verzoeken om handhaving zijn de illegale situaties nog altijd niet beëindigd. Met als gevolg...

ongezonde en onveilige woonomstandigheden voor de illegaal gehuisveste personen en overlast voor de omwonenden. Dit is slechts één voorbeeld van een trage opvolging van verzoeken om handhaving; ons zijn meer gevallen bekend waar de handhaving langzaam of in het geheel niet van de grond komt.

De (schijn van) laksheid in de aanpak van illegale situaties ondermijnt het vertrouwen in de (lokale) overheid. Daarnaast schept het precedenten voor de uitbreiding van illegale handelingen en situaties in onze gemeente. Immers: het wekt de indruk dat handhaving in Noordwijk geen prioriteit heeft.

Naar aanleiding van bovenstaande en in aanvulling op onze algemene beschouwing in de raadsvergadering van 10 november jl. heeft de fractie van NZLokaal de volgende vragen over de aanpak van illegale huisvesting en het realiseren van alternatieve, legale, gezonde en veilige huisvesting voor arbeidsmigranten.

Vragen NZLokaal en deze zijn onlangs beantwoordt door het college:

Vraag 1.
Hoe werkt het college samen met de uitzendbranche om zo snel als mogelijk juiste (lees: legale, gezonde en veilige) huisvesting voor arbeidsmigranten te creëren?

Antwoord:
Om legale, gezonde, veilige en voldoende huisvesting voor arbeidsmigranten te cre ren, hebben de gemeente, de uitzendbranche, de huisvesters van arbeidsmigranten en andere bij deze doelgroep betrokken stakeholders enige jaren geleden tijdens een bijeenkomst van het overlegplatform huisvesting arbeidsmigranten afspraken gemaakt om de huisvestingsproblematiek van deze doelgroep gezamenlijk aan te pakken en op te lossen.

Vraag 2.
Hoe concreet zijn de door wethouder Alkemade in de raad van 10 november jl. genoemde locaties en wanneer kunnen we de eerste opleveringen verwachten?

Antwoord:
De genoemde locaties c.q. de zogenoemde pilots, zijn concrete locaties in het buitengebied waarvoor bij de gemeente een verzoek om medewerking is ingediend. De provincie Zuid-Holland hanteert het beleid dat, oplossingen voor huisvesting binnen bestaand stad- en dorpsgebied moet worden gevonden en niet in de buitengebieden.

Binnen het provinciale Programma aanpak huisvesting arbeidsmigranten hebben deze drie (concrete locaties) gediend als pilotprojecten, om op deze manier meer inzicht te krijgen in hoeverre het provinciaal ruimtelijk beleid met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten aanpassing behoeft. Het proces om tot deze beleidswijziging te komen is inmiddels bij de provincie gestart.

Wanneer alles goed verloopt, wordt de uiteindelijke vaststelling van het gewijzigde beleid door PS eind derde kwartaal van dit jaar verwacht. Hierop vooruitlopend zijn gesprekken gestart met de provincie om op basis van de contouren van deze beleidswijziging, alvast groen licht te krijgen voor de realisatie van deze pilots.

Hierbij zal ook worden gekeken welke procedure hiervoor het snelste resultaat oplevert. Het eerste gesprek heeft plaats gevonden op 19 januari jl. plaatsvinden. Een concrete datum voor een eerste oplevering is nog niet te geven.

Vraag 3.
Is het inzichtelijk hoeveel huisvesting er nodig is binnen onze gemeente en binnen onze regio? Zo niet, hoeveel bedden denkt men er naar schatting nodig te hebben?

Antwoord:
Er zijn inmiddels diverse onderzoeken gedaan door externe bureau's om een beeld te krijgen over het aantal arbeidsmigranten en binnen welke gemeentegrenzen de huisvesting plaatsvindt. De informatie over deze doelgroep wordt steeds beter. Voor de regio Duin- en Bollenstreek wordt het aantal arbeidsmigranten (bedden) geschat op 11.000.

Een zuiver beeld van aantallen binnen de Duin- en Bollenstreek gemeenten is niet te geven, omdat dit te maken heeft met de systematiek van inschrijven. Bijvoorbeeld dat de keuze is gemaakt om tijdelijke arbeidsmigranten die hier maximaal tot 4 maanden verblijven c.q. werkzaam zijn, niet in te schrijven in de gemeentelijke basisregistratie personen. Hiervoor worden dan separate afspraken gemaakt met huisvesters. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld.

Vraag 4.
Heeft het college inzicht in alle legale en illegale huisvesting van arbeidsmigranten in onze gemeente en hoeveel bedden dit op dit moment betreft? Neemt dit aantal door de tijd heen toe, af, of blijft dit min of meer gelijk?

Antwoord:
Er is sprake van enig inzicht in de huisvesting van arbeidsmigranten. Deze kan worden gevonden in de registraties die bekend zijn bij de gemeente (BRP) of opgaven van huisvesters. Van illegale huisvesting is geen beeld, hier moet je bij controles of via handhaving tegenaan lopen. Daarmee kun je tegelijkertijd geen concreet antwoord geven op de vraag hoeveel bedden dit op dit moment betreft en ook niet of het aantal toe- of afneemt. Een sluitende registratie en controle zou in de tijd antwoord hierop kunnen geven. 

Vraag 5.
Samen met de uitzendbranche en omliggende gemeentes zijn er al veel gesprekken gevoerd en mooie woorden op papier gezet, zoals: Convenant “Huisvesting Arbeidsmigranten Holland Rijnland 2014 – 2018” en Beleidsregel “Ruimtelijke randvoorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- en Bollenstreek” voor de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen.

Theorie en praktijk gaan nog niet gelijk op. Kunt u puntsgewijs aangeven waar we staan, welke progressie er al geboekt is en welke in de nabije toekomst geboekt zal worden op het gebied van realisatie van legale huisvesting en van handhaving van illegale huisvesting?

Antwoord:
Na de gemaakte afspraak om de problematiek gezamenlijk aan te pakken en uiteindelijk te komen tot voldoende huisvesting, die ook nog eens ruim voldoet aan de gewenste SNF-normering, zodat sprake is van goede huisvesting die recht doet aan het onderbrengen van mensen, hebben de deelnemers aan het overlegplatform nagedacht over hoe dit dan te kunnen realiseren dan wel wat staat ons hierbij in de weg.

Onder meer kwam aan de orde, de geldende bestemmingsplannen buitengebied, de intergemeentelijke structuurvisie Greenport, de geldende (geharmoniseerde) beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten (vloeit voort uit het in de vraagstelling genoemde Convenant 2014-2018), het geldende provinciale omgevingsbeleid, het provinciale programma aanpak huisvesting arbeidsmigranten 2019, de systematiek registratie en controle van arbeidsmigranten, de netwerkanalyse en de rapportage Roemer.

In de bestemmingsplannen voor de buitengebieden staat een hoofdstuk dat gaat over de huisvesting van arbeidsmigranten (vloeit ook voort het eerder genoemde Convenant). Tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten is mogelijk voor de piekperiode. Hiervoor staat een maximale tijdsduur van drie maanden. Getracht is om deze termijn te verruimen naar 6 maanden. Dit is besproken met de provincie. Het provinciale bestuur heeft aangegeven dat het oprekken van de termijn te veel naar een permanent karakter toe ging. 

Een verruiming binnen de bestemmingsplannen werd daardoor niet haalbaar. Met een werkgroep uit het overlegplatform is een inventarisatie opgesteld van locaties binnen het hele grondgebied van Noordwijk. Zowel binnen als buiten bestaand stad- en dorpsgebied. In eerste aanleg een grove inventarisatie die na onderzoek nader verfijnd is, om aan te geven welke bestaande locaties nog mogelijk voor huisvesting in aanmerking kunnen komen.

Deze exercitie was ook nodig om bij de provincie aan te kunnen tonen wat binnen stads- en dorpsgebied (binnen de kernen) nog mogelijk is, omdat de provincie nog steeds van het standpunt uitgaat dat, de huisvesting eerst binnen stads- en dorpsgebied plaats moet vinden. Met de provincie is overleg gevoerd om te bezien in hoeverre het provinciaal beleid aangepast zou moeten worden. Met de provincie is daarom samenwerking gezocht ij de uitvoering van het provinciale programma huisvesting arbeidsmigranten. De pilot s, genoemd in de beantwoording van vraag 2, hebben daar een grote rol bij gespeeld.

Het uiteindelijke resultaat van het onderzoek van de provincie is neergelegd in een eindrapportage van het programma en gepresenteerd aan provinciale staten. De resultaten in de eindrapportage hebben geleid tot een vervolg bij de provincie om te komen tot een voorstel om het beleid aan te passen. Dit proces is inmiddels gestart. Qua planning ligt het in de verwachting dat dit proces eind derde kwartaal van dit jaar wordt afgerond.

Ondanks dat het beleid nog niet aangepast is vastgesteld, wordt vooruitlopend hierop een start gemaakt om te bezien of het voor de drie pilot-locaties mogelijk wordt om de realisatie vergund te krijgen. Vooruitlopend op de beleidswijziging heeft het provinciale bestuur al aangegeven dat huisvesting voor arbeidsmigranten op basis van logies in de rand van bestaand stads- en dorpsgebied mogelijk moet zijn.

Ook wordt gekeken om de registratie van deze doelgroep te verbeteren. Ook landelijk is dit een belangrijk punt van aandacht, mede in relatie tot de aanbevelingen van de commissie Roemer. Met de aantreding van het nieuwe kabinet zal duidelijk worden hoe het rijk, maar ook de lagere overheden hier mee om moeten gaan.

Vraag 6.
Worden bedrijven, waarvan bekend is dat zij arbeidsmigranten in dienst hebben, proactief benaderd om deze werknemers bij hun bedrijf te huisvesten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Van een deel van de bedrijven is bekend dat zij arbeidsmigranten in dienst hebben, maar van een deel ook niet. Niet alle bedrijven in zowel de bollenteelt als de horeca en andere sectoren hebben arbeidsmigranten in dienst. De mogelijkheden om arbeidsmigranten te mogen huisvesten is op verschillende manieren geregeld, bijvoorbeeld via het bestemmingsplan of de beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten.

Hiervan kunnen bedrijven, inclusief de huisvesters en uitzendbureau's, kennis nemen of om informatie vragen bij de gemeente. Informatie wordt wel actief gedeeld met de koepelorganisatie om hun branche op die manier op de hoogte te stellen en te houden.

Vraag 7.
Omdat huisvesting van arbeidsmigranten een verdienmodel op zichzelf is, worden locaties door meer mensen bewoond dan waar de locatie geschikt voor is. Dit leidt, ook bij legale huisvesting, tot onveilige en ongezonde leefsituaties. Wat doet het college, al dan niet in samenwerking met de uitzendbranche, om dit te voorkomen?

Antwoord:
Uiteraard is voor de uitzendbranche en de huisvesters, de huisvesting van arbeidsmigranten een verdienmodel. Dit ligt iets genuanceerder voor de bedrijven die voor hun eigen bedrijf deze doelgroep tijdelijk huisvesten. Duidelijk is ook dat hierbij misstanden kunnen voorkomen, maar er zijn ook veel huisvesters en uitzenders bij die dat conform de huidige SNF-normering doen en daar zelfs nog kwalitatief een stapje verder in gaan.

Met de huisvesters, uitzenders en bedrijven wordt deze problematiek continue onder de aandacht gebracht, omdat deze vorm van huisvesting en leefomstandigheden niet acceptabel zijn. Regelmatig worden dan ook de onderzoeksresultaten en de aanbevelingen uit het rapport Roemer in overleggen aan de orde gesteld en wordt de branche expliciet daarop gewezen. 

Het is daarom van belang dat er goed gecontroleerd wordt en dat hierdoor samen met een goede registratie en een actuele netwerkanalyse, grip komt en ongewenste situaties gericht aangepakt kunnen worden. Dit is ook in het belang van de bonafide bedrijven in deze branche.

Vraag 8.
Ons is bekend is dat handhavingsprocedures starten na een melding van een illegale situatie of een handhavingsverzoek, het zogenoemde ‘piepsysteem’. Worden illegale situaties ook actief door of namens het college opgespoord? Zo ja, hoe, en zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Tijdens de controles buiten letten de toezichthouders op diverse signalen van illegale situaties. Indien zij strijdigheden aantreffen worden de bevindingen hiervan verwerkt in een Rapport van Bevindingen. Afhankelijk van de aangetroffen strijdigheden wordt gekeken welke prioritering hieraan gekoppeld moet worden.

Voor de prioritering ten aanzien van de afhandeling van handhavingsverzoeken, klachten, meldingen e.d. zal gebruik gemaakt worden van het stoplichtmodel (zie bijlage). Voor de verzoeken om handhaving geldt een beginselplicht tot handhaving. Dit betekent dat er moet worden gehandhaafd, tenzij er sprake is van concreet zicht op legalisatie.

Vraag 9.
De handhaving wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH). De indruk bestaat dat handhavingszaken niet altijd adequaat en/of voortvarend worden opgepakt. Ook ontvangen wij klachten over de communicatie hierover door de contactpersonen bij de ODWH. Het is niet altijd duidelijk wanneer men bij de gemeente moet zijn, en wanneer bij de ODWH.

Verzoekers krijgen zo het idee dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd. Is het college bekend met deze klachten? Hoe zorgt het college ervoor dat het proces van behandeling van een zaak helder is voor betrokkenen, de afhandeling de wettelijke termijnen niet overschrijdt (en waar mogelijke sneller gaat) en de communicatie klantgericht is?

Antwoord:
Het college is niet bekend met de klachten over communicatie of adequaatheid op het gebied van handhaving. Handhaving is vaak een ingewikkelde en langdurig proces waarbij allereerst gekeken moet worden of de strijdigheid gelegaliseerd kan worden. Deze beginselplicht en de belangenafweging wijzen in tegengestelde richting.

Voor een burger die last heeft van een overtreding is dit systeem onbegrijpelijk. Het college kan zich voorstellen dat een burger zich in dit proces onvoldoende gehoord, benadeeld of onrechtvaardig behandeld voelt. Indien dit het geval is kunnen de burgers hun klachten kwijt bij het aanspreekpunt van de gemeente Noordwijk als het om handhaving van bouwtaken en bestemmingsplannen gaat.

Vraag 10.
Door de wettelijke termijnen en huidige regelgeving worden illegale situaties meestal niet onmiddellijk beëindigd, ook al is dit dringend gewenst of noodzakelijk voor betrokkenen (gehuisveste medewerkers en/of omwonenden). Welke mogelijkheden ziet het college om schrijnende en/of onveilige gevallen wel onmiddellijk te beëindigen?

Hoe vaak worden deze mogelijkheden toegepast? Als het college hier nu geen mogelijkheden toe ziet, is het college dan bereid om stappen hiertoe te ondernemen richting hogere overheden, al dan niet in samenwerking met de regiogemeentes? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
In het VTH-beleidsplan uitvoering bouwtaken 2019-2022 is een risicoprioriteitenmatrix opgenomen. Bij zaken waarbij er o.a. sprake is van gevaar, ernstige hinder, onveilige situaties en aantasting van een monument kan er direct gehandhaafd worden. Hierbij kunt u denken aan het opleggen van een bouwstop al dan niet in combinatie met een last onder dwangsom of het sluiten van een pand. In 2021 is dit op het gebied van bouwen in totaal 6 keer voorgekomen.

Dit zijn echter vrij zware middelen welke alleen in bovenstaande situaties worden opgelegd. In alle andere gevallen waarschuwen wij de burger eerst, conform de afspraak om te handhaven met een meer menselijke maat. Tot op heden is het niet voorgekomen dat het college geen mogelijkheden zag, waardoor er voor het college geen concrete aanleiding bestaat om hier op voorhand concrete stappen op te ondernemen.

Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Noordwijk