Datum: 27-11-2021 - 00:55
28
okt
'21
Fractie VVD stelt vragen aan het college over: Aankoop grond Oosterduinsemeer in Noordwijkerhout.
Geschreven door Fractie VVD / College van B&W

College beantwoordt vragen VVD over: Aankoop grond Oosterduinsemeer en handhaving Sollasi.

Schriftelijke vragen fractie VVD over Aankoop grond Oosterduinsemeer: Dit aankoopvoorstel verdient een nadere uitleg of en zo ja hoe dit past in het door de gemeenteraad geformuleerde beleid omtrent het Oosterduinsemeer en geeft voorts aanleiding tot vragen over de voortgang van de realisatie van de beleidsdoelstellingen. Dit beleid, kernachtig samengevat, kent de volgende doelen/uitgangspunten:

1) geen zandwinning in en om het Oosterduinsemeer;
2) bevorderen toerisme door versterking van de ( water)recreatie;
3) beschermen en kwaliteitsimpuls betreffende de versterking van de natuurwaarden ;
4) aantrekkelijk(er) maken van Sollasi voor het toerisme/de toeristen door een stringente handhaving van de recreatiebestemming;
5) geen aankoop van provinciale gronden.

Vragen fractie VVD en deze zijn onlangs beantwoordt door het college:

1. Ad 1.
Meer dan een halve eeuw verzet de gemeenteraad zich tegen zandwinning in het bijzonder tegen verdieping van het Oosterduinsemeer, omdat daardoor het risico op zoute kwel zich kan voordoen met alle schadelijke gevolgen voor het bollen en bloemencomplex en voor de overige natuurwaarden. Deze opvatting van de gemeenteraad is neergelegd in elkaar opvolgende bestemmingsplannen. Laatstelijk nog bij de grote herzieningsoperatie van alle bestemmingsplannen, die vóór 1 juli 2013 moest worden doorgevoerd.

De Afdeling Rechtspraak heeft in een beroepszaak, aangespannen door de belanghebbende bij zandwinning, het verbod op zandwinning in stand gelaten onder ongegrond verklaring van het beroep. Bij ditzelfde bestemmingsplan heeft de gemeenteraad aan de bollengronden, gelegen aan de westzijde van de Oosterduinen, een hogere bescherming toegekend door middel van een categoriewijziging met als bijkomende bate dat deze gronden niet voor zandwinning in aanmerking komen.

Vraag:
Is het bovenstaande in het bijzonder de opvatting van de gemeenteraad bij uw College bekend en kunt u de raad informeren of de belanghebbende bij de zandwinning (economisch) eigenaar is van de bollengronden in kwestie dan wel anderszins rechten heeft met betrekking tot die gronden.

Opmerking college vooraf:
Volledigheidshalve wordt het volgende opgemerkt. Wij maken uit een aantal vragen op dat deze zijn gesteld vanuit de veronderstelling dat de gronden in eigendom van de provincie, nog niet zijn verworven. Dat is niet correct. Sinds 11 juni 2021 is de gemeente Noordwijk eigenaar van de gronden die tot dan in eigendom waren van de provincie Zuid-Holland (zie bijlage 1)

De gemeente heeft van de provincie Zuid-Holland gekocht:
- de eigendom van enkele percelen grond gelegen in het recreatiegebied Oosterduinse Meer, kadastraal bekend als sectie E nummers 4652, 4653, 4655 en 4656;
- het recht van erfpacht van enkele percelen grond gelegen in het recreatiegebied Oosterduinse Meer, kadastraal bekend als sectie E , nummers, 5236, 5237, 5973 en 5974.

Antwoord:
Ons college deelt de mening van uw raad dat het niet wenselijk is om zandwinning in of rondom het Oosterduinsemeer te hervatten. In dat verband wordt ook verwezen naar de briefwisseling tussen ons college en de provincie gedateerd respectievelijk 28 juli 2020 (bijlage 2) en 12 oktober 2020 (bijlage 3) waarin dit aspect eveneens aan de orde is gesteld.

Daarnaast verwijzen wij naar de beantwoording van een aantal vragen van uw raad d.d. 7 juli 2021 (bijlage 4) met betrekking tot het Oosterduinsemeer waarin de relevante ruimtelijke procedurele toetsingscriteria worden toegelicht (met name vraag 4 en 5). Voor de eigendommen van Xella Kalkzandsteenfabriek (hierna: Xella) verwijzen wij u ook in dit geval naar bijlage 1.

2. Ad 2 en 3
In 2016 kreeg de gemeenteraad de beschikking over de zogenaamde provinciale groengelden om onder meer de verpauperde omgeving van het Oosterduinsemeer te transformeren naar een schitterende parel.

Om dit transformatieproces succesvol te laten verlopen was de realisatie van een passend aanbod van dag(water)recreatie als een belangrijke doelstelling geformuleerd. Een open vaarverbinding tussen de Kaag en het Oosterduinsemeer noodzakelijk geacht.

Vragen:

Vraag 1.
Hoever is uw College inmiddels gevorderd met de realisatie van de kwaliteitsimpuls voor het gebied van het Oosterduinsemeer en omgeving?

Antwoord:
In de beantwoordingsbrief van 7 juli 2021 heeft ons college een beeld geschetst van de verkenning naar de mogelijkheden van een ontwikkeling. Hierbij is van belang te vermelden dat inmiddels duidelijk is dat de huidige waterkwaliteit niet voldoende constant lijkt om een bijdrage te leveren aan een recreatieve ontwikkeling van zowel het water als de oevers van het Oosterduinsemeer. Met name de kosten voor het verbeteren van de waterkwaliteit vormen een blokkade.

Vraag 2.
Kunt u daarbij in het bijzonder ingaan op de door uw College sinds 2016 getroffen maatregelen om m.n. de twee knelpunten op te op te lossen, te weten de blokkade van de doorvaart door het Steengrachtkanaal en de (non) coöperatie met eigenaar van het meer tevens belanghebbende bij de zandwinning?

Antwoord:
Sinds 2016 zijn er gesprekken gevoerd tussen de voormalige gemeente Noordwijkerhout en Xella die in mei 2018 hebben geleid tot een intentieovereenkomst met als doel om gezamenlijk de (recreatieve) ontwikkelmogelijkheden op en rondom het Oosterduinsemeer te verkennen.

In de brief van ons college aan uw raad van 22 september 2020 (bijlage 5.) is bij de beantwoording van vraag 1 toegelicht waarom er geen uitvoering is gegeven aan de intentieovereenkomst. Onlangs heeft de directie van Xella aangegeven de gesprekken te willen hervatten. Een bestuurlijk kennismakingsgesprek is hieraan voorafgegaan.

Vraag 3.
Voor het geval er verminderde focus in verband met de fusie is geweest voor de realisatie van de kwaliteitsimpuls voor dit gebied bent u alsdan bereid om met nieuwe energie de kwaliteitsimpuls tot uitvoering te brengen?

Antwoord:
Alhoewel de gesprekken met Xella doorgang hebben, stellen wij tegelijkertijd vast dat er op dit moment onvoldoende ambtelijke capaciteit beschikbaar is om het project tot uitvoering te brengen.

Vraag 4.
Hoe draagt de aankoop van de provinciale grond bij aan de realisatie van de doelstellingen? De relatie met het behalen van de geformuleerde doelstelling is op het eerste gezicht niet duidelijk. Wilt u daarop reflecteren?

Antwoord:
Zoals de historie van de afgelopen jaren heeft bewezen is voor een optimale uitvoering van de door u genoemde kwaliteitsimpuls het voeren van regie een belangrijke voorwaarde. Juist met het in eigendom verkrijgen van de gronden heeft de gemeente meer regie en dus invloed op de uiteindelijke ontwikkeling van het gebied.

3. Ad 4
De gemeenteraad heeft het standpunt ingenomen dat het recreatiepark Sollasi een bijdrage aan het toeristisch product behoort te leveren. Om deze reden heeft de gemeenteraad dan ook van harte ingestemd met verzoek van de Vereniging van Eigenaren van Sollasi om op te treden tegen niet- toeristisch gebruik door personen, die daar illegaal al dan niet permanent verblijven.

Voor personen van overwegend Nederlandse origine heeft de gemeenteraad bij wijze overgangsmaatregel een hoogstpersoonlijke gedoogbeschikking afgegeven om de illegale bewoning nog maximaal twintig jaar voort te zetten. In het bestemmingsplan is dit gegeven vermeld.

Vragen:
1). Is het College met mij van mening, dat realisatie van de (water)recreatie rondom het Oosterduinsemeer als positief gevolg heeft een toename van de vraag naar recreatiebungalows op Sollasi en dat focus houden op handhaving van illegaal gebruik van deze bungalows ook uit economisch perspectief geboden blijft?

Antwoord:
Ons college deelt deze mening.

2). Bent u bereid op korte termijn een controle te houden op het illegale gebruik van de recreatiebungalows en de bevindingen van die controle met de gemeenteraad te delen? Deze vraag is mede ingegeven door ontvangen berichten dat we weer terug bij af zijn wat het illegale gebruik betreft.

Antwoord:
Ja, bedoelde controle is namelijk onderdeel van het handhavingsproject Gebruik Woningen. Voor de uitvoering hiervan is onlangs een gespecialiseerd bureau geselecteerd. Ons college zal de toekomstige onderzoeksresultaten en eventuele conclusies met uw raad delen.

3). Mocht er schaarste aan handhavingscapaciteit worden vastgesteld bent u alsdan bereid de prioriteit bij de handhaving op Sollasi te leggen in plaats van bij de paardenweitjes, die juridisch nogal complex zal blijken te zijn?

Antwoord:
Mede om de situatie te voorkomen die u schetst is er een bureau ingehuurd om dit uit te voeren. Het handhavingsproject voor de bollengronden is in handen van de Omgevingsdienst West Holland.

4). Hoe groot is het aantal personen, die op grond van een hoogstpersoonlijke gedoogbeschikking de illegale bewoning van de recreatiebungalow mogen voortzettenen wanneer loopt deze termijn voor hen precies af?

Antwoord:
Er is op dit moment nog sprake van totaal 54 gedoogbeschikkingen geldig op bungalowpark Sollasi. Dit waren er oorspronkelijk 75. De resterende beschikkingen lopen op verschillende data af in 2026 en een enkele in 2027 of 2028.

5). Heeft u beleid opgesteld of wordt dit nog opgesteld om de betrokken personen met een hoogstpersoonlijke gedoogbeschikking tijdig voor te bereiden en op termijn te begeleiden naar de “uitgang van Sollasi” of ziet uw College anders dan ik hier geen taak voor zichzelf nu de betrokkenen hiertoe twintig jaar de tijd hebben gehad om zich op het vertrek van Sollasi in te stellen.

Antwoord:
Het college zal de personen die een persoonsgebonden beschikking hebben gekregen binnenkort hierover informeren.

4. Ad 5
In 2016 heeft in Noordwijkerhout een identiek ambtelijk voorstel tot aankoop van deze zelfde provinciale gronden de eindstreep niet gehaald. Hieraan lag een tweetal overwegingen ten grondslag. De eerste overweging was dat de risicoaansprakelijkheid van de eigenaar voor de schade veroorzaakt door de zoute kwel van de Provincie Zuid-Holland overging naar de gemeente. De tweede overweging hield in, dat de provincie die met de gronden leurde, te weinig geld bood.

Vragen:
1). Is uw College bekend met het hierboven onder ad 5 gestelde?

Antwoord:
Naar aanleiding van onderzoek in het archief is niet gebleken dat een soortgelijk voorstel ter besluitvorming aan het college van de voormalige gemeente Noordwijkerhout is voorgelegd. Overigens staat wel vast dat de voormalige gemeente Noordwijkerhout tijdens een bestuurlijk overleg op 14 maart 2016 afspraken heeft gemaakt met de provincie over het in beheer nemen van de betreffende gronden met daarbij een passende beheervergoeding.

Op dat moment is tevens de intentie uitgesproken dat de gemeente de eigendom van het recreatiegebied wil overnemen van de provincie. Deze afspraken zijn later vastgelegd in een intentie- en beheerovereenkomst (bijlage 6) getekend door het college op 3 november 2016 en door de provincie op 8 december 2016

Ook het beleidsvoornemen ten aanzien van de ontwikkeling van het Oosterduinse Meer zoals verwoord in het Coalitieakkoord 2019-2022 sluit aan op de uitgangspunten in de intentie- en beheerovereenkomst. Vorenstaande laat onverlet dat ons college hieronder een reactie geeft op de door uw raad benoemde risico's

2). Zo ja hebt u in dit geval dan de beschikking over een gedegen juridische externe toets, waaruit onvoorwaardelijk blijkt dat iedere vorm van aansprakelijkheid voor Noordwijk niet aan de orde is?

Antwoord:
In eerste aanleg, bij het opstellen van de koopovereenkomst, is er getoetst aan diverse mogelijke risico's die zich kunnen voordoen bij verwerving van de gronden. Allereerst merken wij op dat de gronden onder het Oosterduinsemeer, i.c. de bodem van het meer, in eigendom zijn en blijven van Xella.

Op het moment dat zich in de toekomst schade zal voordoen aan de rond het Oosterduinsemeer gelegen (bollen)gronden vanwege zoute kwel, zal Xella kunnen worden aangesproken door de eigenaren van de omliggende (bollen)gronden, voor zover overigens Xella zelf geen eigenaar is van de gronden.

Zulks heeft ons college naar aanleiding van uw vragen expliciet extern juridisch laten toetsen. De finale conclusie van deze toets luidt dat er thans geen aanleiding bestaat te veronderstellen dat de gemeente op dit moment en in de toekomst (als zij de gronden in eigendom zou verwerven) met succes aansprakelijk zal kunnen worden gehouden voor eventuele schade aan rond het Oosterduinsemeer liggende (bollen)gronden vanwege zoute kwel. Voor de nadere onderbouwing van deze conclusie verwijzen wij u naar bijlage 7 Memo Legaltree d.d. 5 juli 2021.

3). Zo niet, acht u het dan met mij noodzakelijk om alsnog over zo’n toetsing te kunnen beschikken?

Antwoord:
zie beantwoording 4 ad 5 vraag 2.

4). Heeft het College de beschikking over een meerjarig onderhoudsplan voor de gehele cyclus en de berekening van de daarbij behorende jaarlijkse onderhoudskosten?

Antwoord:
Onderdeel van de intentie- en beheerovereenkomst d.d. 8 december 2016 is een jaarlijkse provinciale vergoeding voor de beheer- en onderhoudswerkzaamheden. De hoogte van deze vergoeding is gebaseerd op normkosten voor recreatiegebieden in Zuid Holland opgenomen in het Terrein Beheer Model waarover door zowel provincie als gemeente overeenstemming is bereikt De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van het consumentenprijsindexcijfer van het CBS.

Destijds is de hoogte van het bedrag vastgesteld op € 42.207,-. Ook de financiële paragraaf van de intentie- en beheerovereenkomst is ter goedkeuring voorgelegd aan het college van de voormalige gemeente Noordwijkerhout. Het betreffende Terrein Beheer Model is dus het uitgangspunt voor het beheer en onderhoud.

5). Zo ja wil het College deze data dan met de gemeenteraad delen, zodat de gemeenteraad in staat wordt gesteld om een keuze te maken over de hoogte van de provinciale bijdrage in relatie tot het op lange termijn voor eigen rekening te nemen bedrag?

Antwoord:
In bijlage 8 treft u het Terrein Beheer Model aan met de details over de opbouw van de hoogte van de provinciale vergoeding ten behoeve van beheer en onderhoud. Deze eenmalige beheervergoeding bedraagt € 555.910,-. Uw vraag gaat uit van de redenatie dat er sprake is van een keuze ten aanzien van de hoogte van de bijdrage. Dit is niet het geval.

Zoals toegelicht op pagina 2 van deze brief onder opmerking vooraf is de aankoop van de gronden, inclusief de financiële paragraaf medio juni van dit jaar geeffectueerd. Hierna is een voorstel geagendeerd voor 22 juni 2021 als hamerstuk ter besluitvorming door uw raad voor het instellen van een zogenoemde bestemmingsreserve Onderhoud Oosterduinsemeer.

Een dergelijk besluit, gebaseerd op het budgetrecht van uw raad, is noodzakelijk zodat de gelden ook daadwerkelijk kunnen worden aangewend voor het bedoelde onderhoud. Het voorstel is ingetrokken op 22 juni 2021 in afwachting van de beantwoording van de schriftelijke vragen.

Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Noordwijk.