Datum: 27-09-2021 - 14:09
21
jun
'21
Fractie VVD stelt vragen aan het college over: Aankoop grond Oosterduinsemeer in Noordwijkerhout.
Geschreven door Fractie VVD

Fractie VVD stelt vragen aan het college over: Aankoop grond Oosterduinsemeer.

Schriftelijke vragen fractie VVD over Aankoop grond Oosterduinsemeer: Dit aankoopvoorstel verdient een nadere uitleg of en zo ja hoe dit past in het door de gemeenteraad geformuleerde beleid omtrent het Oosterduinsemeer en geeft voorts aanleiding tot vragen over de voortgang van de realisatie van de beleidsdoelstellingen. Dit beleid, kernachtig samengevat, kent de volgende doelen/uitgangspunten:

1) geen zandwinning in en om het Oosterduinsemeer;
2) bevorderen toerisme door versterking van de ( water)recreatie;
3) beschermen en kwaliteitsimpuls betreffende de versterking van de natuurwaarden ;
4) aantrekkelijk(er) maken van Sollasi voor het toerisme/de toeristen door een stringente handhaving van de recreatiebestemming;
5) geen aankoop van provinciale gronden.

Vragen fractie VVD:

1. Ad 1.
Meer dan een halve eeuw verzet de gemeenteraad zich tegen zandwinning in het bijzonder tegen verdieping van het Oosterduinsemeer, omdat daardoor het risico op zoute kwel zich kan voordoen met alle schadelijke gevolgen voor het bollen en bloemencomplex en voor de overige natuurwaarden. Deze opvatting van de gemeenteraad is neergelegd in elkaar opvolgende bestemmingsplannen. Laatstelijk nog bij de grote herzieningsoperatie van alle bestemmingsplannen, die vóór 1 juli 2013 moest worden doorgevoerd.

De Afdeling Rechtspraak heeft in een beroepszaak , aangespannen door de belanghebbende bij zandwinning, het verbod op zandwinning in stand gelaten onder ongegrond verklaring van het beroep. Bij ditzelfde bestemmingsplan heeft de gemeenteraad aan de bollengronden, gelegen aan de westzijde van de Oosterduinen , een hogere bescherming toegekend door middel van een categoriewijziging met als bijkomende bate dat deze gronden niet voor zandwinning in aanmerking komen.

Vraag:
Is het bovenstaande in het bijzonder de opvatting van de gemeenteraad bij uw College bekend en kunt u de raad informeren of de belanghebbende bij de zandwinning ( economisch) eigenaar is van de bollengronden in kwestie dan wel anderszins rechten heeft met betrekking tot die gronden.

2. Ad 2 en 3
In 2016 kreeg de gemeenteraad de beschikking over de zogenaamde provinciale groengelden om onder meer de verpauperde omgeving van het Oosterduinsemeer te transformeren naar een schitterende parel.

Om dit transformatieproces succesvol te laten verlopen was de realisatie van een passend aanbod van dag(water)recreatie als een belangrijke doelstelling geformuleerd. Een open vaarverbinding tussen de Kaag en het Oosterduinsemeer noodzakelijk geacht.

Vragen:
1). Hoever is uw College inmiddels gevorderd met de realisatie van de kwaliteitsimpuls voor het gebied van het Oosterduinsemeer en omgeving?

2). Kunt u daarbij in het bijzonder ingaan op de door uw College sinds 2016 getroffen maatregelen om m.n. de twee knelpunten op te op te lossen, te weten de blokkade van de doorvaart door het Steengrachtkanaal en de (non) coöperatie met eigenaar van het meer tevens belanghebbende bij de zandwinning?

3). Voor het geval er verminderde focus in verband met de fusie is geweest voor de realisatie van de kwaliteitsimpuls voor dit gebied bent u alsdan bereid om met nieuwe energie de kwaliteitsimpuls tot uitvoering te brengen?

4). Hoe draagt de aankoop van de provinciale grond bij aan de realisatie van de doelstellingen? De relatie met het behalen van de geformuleerde doelstelling is op het eerste gezicht niet duidelijk. Wilt u daarop reflecteren?

3. Ad 4
De gemeenteraad heeft het standpunt ingenomen dat het recreatiepark Sollasi een bijdrage aan het toeristisch product behoort te leveren. Om deze reden heeft de gemeenteraad dan ook van harte ingestemd met verzoek van de Vereniging van Eigenaren van Sollasi om op te treden tegen niet- toeristisch gebruik door personen, die daar illegaal al dan niet permanent verblijven.

Voor personen van overwegend Nederlandse origine heeft de gemeenteraad bij wijze overgangsmaatregel een hoogstpersoonlijke gedoogbeschikking afgegeven om de illegale bewoning nog maximaal twintig jaar voort te zetten. In het bestemmingsplan is dit gegeven vermeld.

Vragen:
1). Is het College met mij van mening, dat realisatie van de (water)recreatie rondom het Oosterduinsemeer als positief gevolg heeft een toename van de vraag naar recreatiebungalows op Sollasi en dat focus houden op handhaving van illegaal gebruik van deze bungalows ook uit economisch perspectief geboden blijft?

2). Bent u bereid op korte termijn een controle te houden op het illegale gebruik van de recreatiebungalows en de bevindingen van die controle met de gemeenteraad te delen? Deze vraag is mede ingegeven door ontvangen berichten dat we weer terug bij af zijn wat het illegale gebruik betreft.

3). Mocht er schaarste aan handhavingscapaciteit worden vastgesteld bent u alsdan bereid de prioriteit bij de handhaving op Sollasi te leggen in plaats van bij de paardenweitjes, die juridisch nogal complex zal blijken te zijn?

4). Hoe groot is het aantal personen, die op grond van een hoogstpersoonlijke gedoogbeschikking de illegale bewoning van de recreatiebungalow mogen voortzettenen wanneer loopt deze termijn voor hen precies af?

5). Heeft u beleid opgesteld of wordt dit nog opgesteld om de betrokken personen met een hoogstpersoonlijke gedoogbeschikking tijdig voor te bereiden en op termijn te begeleiden naar de “uitgang van Sollasi” of ziet uw College anders dan ik hier geen taak voor zichzelf nu de betrokkenen hiertoe twintig jaar de tijd hebben gehad om zich op het vertrek van Sollasi in te stellen.

4. Ad 5
In 2016 heeft in Noordwijkerhout een identiek ambtelijk voorstel tot aankoop van deze zelfde provinciale gronden de eindstreep niet gehaald. Hieraan lag een tweetal overwegingen ten grondslag. De eerste overweging was dat de risicoaansprakelijkheid van de eigenaar voor de schade veroorzaakt door de zoute kwel van de Provincie Zuid-Holland overging naar de gemeente. De tweede overweging hield in, dat de provincie die met de gronden leurde, te weinig geld bood.

Vragen:
1). Is uw College bekend met het hierboven onder ad 5 gestelde?

2). Zo ja hebt u in dit geval dan de beschikking over een gedegen juridische externe toets, waaruit onvoorwaardelijk blijkt dat iedere vorm van aansprakelijkheid voor Noordwijk niet aan de orde is?

3). Zo niet, acht u het dan met mij noodzakelijk om alsnog over zo’n toetsing te kunnen beschikken?

4). Heeft het College de beschikking over een meerjarig onderhoudsplan voor de gehele cyclus en de berekening van de daarbij behorende jaarlijkse onderhoudskosten?

5). Zo ja wil het College deze data dan met de gemeenteraad delen, zodat de gemeenteraad in staat wordt gesteld om een keuze te maken over de hoogte van de provinciale bijdrage in relatie tot het op lange termijn voor eigen rekening te nemen bedrag?

J.C.F. Knapp LLM
Gemeenteraadslid voor de VVD