Datum: 24-09-2021 - 11:16
04
jun
'21
College beantwoordt vragen VVD over: mogelijke weigering omgevingsvergunning Como & Co in Noordwijkerhout
Geschreven door VVD / college van B&W

College beantwoordt vragen VVD over: mogelijke weigering omgevingsvergunning Como & Co.

Fractie VVD: De Omgevingsdienst West-Holland (hierna te noemen ODWH) heeft geconstateerd dat de horeca-inrichting Como en Co, Boekhorsterweg 18, 2211AL Noordwijkerhout zonder de vereiste vergunningen in werking is. De aanschrijving dienaangaande heeft betrekking op het restaurant, de pizza-oven, de keuken met overkapping en muur, het drijvend terras en de aanlegsteiger....

ODWH heeft namens uw college te kennen gegeven de strijdige situatie te willen legaliseren voor een periode van vijf jaar. Daartoe dienen aanvragen om omgevingsvergunning te worden ingediend. De exploitanten van de inrichting hebben naar aanleiding van deze aanschrijving de vereiste aanvraag om omgevingsvergunning (gecombineerd) ingediend.

De aanvraag werd vergezeld van een goede ruimtelijke onderbouwing, de wettelijk voorgeschreven onderzoeken, waaronder een geluidsonderzoek, daaronder begrepen. Naar onlangs bekend is geworden zou ODWH namens het college voornemens zijn de gevraagde vergunning te weigeren.

De weigeringsgrond zou zijn dat aanvragers niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, omdat de eigenaresse van de bewuste gronden, Xella BV, geen medewerking wenst te verlenen. Deze ontwikkeling geeft mij aanleiding tot het stellen van de volgende vragen en deze zijn onlangs door het college beantwoordt.

Vraag 1.
Namens uw college heeft ODWH zonder enig voorbehoud medegedeeld dat de bereidheid bestaat medewerking te verlenen. Aanvragers hebben de vereiste vergunning, inclusief die voor het terras op de oever, conform de daartoe gestelde voorschriften, ingediend. Zij hebben daarvoor, inclusief de noodzakelijke aanpassingen aan het pand, aanzienlijke kosten moeten maken. Ik ben van mening dat aanvragers, gelet op de eerder zonder enig voorbehoud uitgesproken medewerking aan legalisatie, erop mochten vertrouwen dat die medewerking ook zou worden verleend. Deelt u deze mening ?

Antwoord:
Het college heeft per brief d.d. 4 juli 2018 aan Como & Co aangegeven dat zij voor de locatie van Como & Co mogelijkheden zag voor de toekomst, mits dit geen nadelige gevolgen voor de omgeving op zou leveren. In betreffende brief is de uitbaters van Como & Co tevens gevraagd met een totaal plan te komen dat besproken zou kunnen worden met de eigenaar van de gronden.

Op 5 juli en 17 december 2019 zijn bij de gemeente handhavingsverzoeken binnengekomen. Hierin zijn de volgende punten opgenomen: geluidsoverlast, bouwen buiten het bestemmingsvlak, het weghalen van paaltjes en parkeren op het fietspad en het gebruik van het openbare strand bij Como & Co.

Het college heeft gedurende dit gehele proces diverse gesprekken gevoerd met zowel de uitbaters van Como & Co als met de verzoekers om handhaving. Deze gesprekken hebben geresulteerd in een aanvraag omgevingsvergunning om de bestaande situatie te legaliseren.

Aan Como & Co is een tijdelijke omgevingsvergunning verleend op 6 mei 2021 en verzonden op 7 mei 2021 op de volgende onderdelen:
1. Het wijzigen van het gebruik zodat een volwaardige restaurant (horeca categorie l b) is toegestaan;
2. een uitbreiding van het hoofdgebouw met 100m2 ;
3. het plaatsen van een buitenkeuken met overkapping met pizza oven;
4. het plaatsen van een muur;
5. het plaatsen van een derde opslag container (surfkluis);
6. het plaatsen van een 40m lange steiger;
7. het plaatsen van een drijvend terras;
8. het aanbrengen van verhardingen op het terrein.

Het terras aan de oever is niet vergund omdat het hier het openbaar strand/gebied betreft, dat voor iedereen toegankelijk is. Wanneer hier een terras wordt gerealiseerd wordt het zicht en de toegang tot het achtergelegen openbare strand voor een deel geblokkeerd. Daarnaast is dan geen goede doorgang mogelijk voor de hulpdiensten.

Vraag 2.
Het voornemen zou bestaan de vergunning te weigeren omdat aanvragers geen belanghebbende ingevolge de Algemene wet bestuursrecht zouden zijn. Mogelijk is het u ontgaan dat de eigenaar van de gronden aan de provincie Zuid-Holland een recht van erfpacht heeft verleend, dat, na verlenging loopt tot 17 december 2032. In de erfpachtovereenkomst is bepaald dat de erfpachter (de provincie) gerechtigd is tot hernieuwing van het door hem verleende recht van opstal.

De provincie heeft met de rechtsvoorganger van de huidige exploitanten, ter uitvoering van deze bepaling, een overeenkomst gesloten die het opstalrecht eveneens verlengt tot 17 december 2032. Bij overeenkomst d.d. 26 februari 2014 is het bedrijf overgedragen aan de huidige exploitanten. Daarbij is overeengekomen dat alle rechten en verplichtingen overgaan op de kopers. Daartoe behoort dus ook het opstalrecht.

Overdracht van eigendom doet het opstalrecht niet teniet. Gelet hierop kan m.i. niet worden volgehouden dat de aanvragers van de vergunning niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. Vanwege de rechten, voortvloeiende uit het opstalrecht, is toestemming van de eigenaresse niet nodig. Deelt u de mening dat aanvragers wel als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt en dat toestemming van de grondeigenaresse niet nodig is ?

Antwoord:
Nu onlangs omgevingsvergunning is verleend staat vast dat ons college de aanvrager als belanghebbende heeft aangemerkt. Dit staat overigens los van de vraag of de aanvrager privaatrechtelijk toestemming nodig heeft van de grondeigenaar.

Vraag 3.
In de eerder aangehaalde aanschrijving wordt vermeld dat het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitoefenen van het horecabedrijf een positieve invloed heeft op de verbetering van de recreatie rondom het Oosterduinsemeer. Ik deel deze mening. Veel inwoners en toeristen bezoeken het horecabedrijf (met name ook het terras op de oever). Moet het horecabedrijf de deuren sluiten, dan betekent dit een forse verschraling van de beleving van het recreatiegebied.

Mede gezien het feit dat het bedrijf reeds ongeveer 25 jaar onder de voormalige eigenaar en sinds 2014 onder de huidige exploitanten functioneert en in een grote behoefte voorziet, is er m.i. alle aanleiding het voortzetten van de huidige exploitatie mogelijk te maken. Dit spreekt temeer nu bruiloften en partijen op die locatie niet meer zullen plaatshebben en blijkens het uitgebrachte geluidsrapport de normale exploitatie binnen de normen kan plaatshebben. Bent u bereid te bevorderen dat de vergunning, het terras op de oever daaronder begrepen, alsnog wordt verleend ?

Antwoord:
Voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning is uitbaters reeds medegedeeld dat een terras aan het strand niet vergund zou worden. Het college heeft hierover reeds een besluit genomen op 4 augustus 2020 (het besluit naar aanleiding van het handhavingsverzoek d.d. 17 december 2019).

De uitbaters hebben dit deel echter alsnog aangevraagd. Dit heeft geleid tot een weigering van de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een terras langs de oever op het openbare strand. In punt 1 laatste alinea treft u de argumentatie aan over de weigering van dit deel van de aanvraag.

Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Noordwijk