Datum: 18-04-2021 - 14:02

01
apr
'21
Fractie VVD stelt vragen aan het college over: mogelijke weigering omgevingsvergunning Como & Co in Noordwijkerhout
Geschreven door Como & Co

Fractie VVD stelt vragen aan college over: mogelijke weigering omgevingsvergunning Como & Co.

Fractie VVD: De Omgevingsdienst West-Holland (hierna te noemen ODWH) heeft geconstateerd dat de horeca-inrichting Como en Co, Boekhorsterweg 18, 2211AL Noordwijkerhout zonder de vereiste vergunningen in werking is. De aanschrijving dienaangaande heeft betrekking op het restaurant, de pizza-oven, de keuken met overkapping en muur, het drijvend terras en de aanlegsteiger....

ODWH heeft namens uw college te kennen gegeven de strijdige situatie te willen legaliseren voor een periode van vijf jaar. Daartoe dienen aanvragen om omgevingsvergunning te worden ingediend. De exploitanten van de inrichting hebben naar aanleiding van deze aanschrijving de vereiste aanvraag om omgevingsvergunning (gecombineerd) ingediend.

De aanvraag werd vergezeld van een goede ruimtelijke onderbouwing, de wettelijk voorgeschreven onderzoeken, waaronder een geluidsonderzoek, daaronder begrepen. Naar onlangs bekend is geworden zou ODWH namens het college voornemens zijn de gevraagde vergunning te weigeren.

De weigeringsgrond zou zijn dat aanvragers niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, omdat de eigenaresse van de bewuste gronden, Xella BV, geen medewerking wenst te verlenen. Deze ontwikkeling geeft mij aanleiding tot het stellen van de volgende vragen.

Vraag 1.
Namens uw college heeft ODWH zonder enig voorbehoud medegedeeld dat de bereidheid bestaat medewerking te verlenen. Aanvragers hebben de vereiste vergunning, inclusief die voor het terras op de oever, conform de daartoe gestelde voorschriften, ingediend. Zij hebben daarvoor, inclusief de noodzakelijke aanpassingen aan het pand, aanzienlijke kosten moeten maken. Ik ben van mening dat aanvragers, gelet op de eerder zonder enig voorbehoud uitgesproken medewerking aan legalisatie, erop mochten vertrouwen dat die medewerking ook zou worden verleend. Deelt u deze mening ?

Vraag 2.
Het voornemen zou bestaan de vergunning te weigeren omdat aanvragers geen belanghebbende ingevolge de Algemene wet bestuursrecht zouden zijn. Mogelijk is het u ontgaan dat de eigenaar van de gronden aan de provincie Zuid-Holland een recht van erfpacht heeft verleend, dat, na verlenging loopt tot 17 december 2032. In de erfpachtovereenkomst is bepaald dat de erfpachter (de provincie) gerechtigd is tot hernieuwing van het door hem verleende recht van opstal.

De provincie heeft met de rechtsvoorganger van de huidige exploitanten, ter uitvoering van deze bepaling, een overeenkomst gesloten die het opstalrecht eveneens verlengt tot 17 december 2032. Bij overeenkomst d.d. 26 februari 2014 is het bedrijf overgedragen aan de huidige exploitanten. Daarbij is overeengekomen dat alle rechten en verplichtingen overgaan op de kopers. Daartoe behoort dus ook het opstalrecht.

Overdracht van eigendom doet het opstalrecht niet teniet. Gelet hierop kan m.i. niet worden volgehouden dat de aanvragers van de vergunning niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. Vanwege de rechten, voortvloeiende uit het opstalrecht, is toestemming van de eigenaresse niet nodig. Deelt u de mening dat aanvragers wel als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt en dat toestemming van de grondeigenaresse niet nodig is ?

Vraag 3.
In de eerder aangehaalde aanschrijving wordt vermeld dat het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitoefenen van het horecabedrijf een positieve invloed heeft op de verbetering van de recreatie rondom het Oosterduinsemeer. Ik deel deze mening. Veel inwoners en toeristen bezoeken het horecabedrijf (met name ook het terras op de oever). Moet het horecabedrijf de deuren sluiten, dan betekent dit een forse verschraling van de beleving van het recreatiegebied.

Mede gezien het feit dat het bedrijf reeds ongeveer 25 jaar onder de voormalige eigenaar en sinds 2014 onder de huidige exploitanten functioneert en in een grote behoefte voorziet, is er m.i. alle aanleiding het voortzetten van de huidige exploitatie mogelijk te maken. Dit spreekt temeer nu bruiloften en partijen op die locatie niet meer zullen plaatshebben en blijkens het uitgebrachte geluidsrapport de normale exploitatie binnen de normen kan plaatshebben. Bent u bereid te bevorderen dat de vergunning, het terras op de oever daaronder begrepen, alsnog wordt verleend ?

Noordwijkerhout, 25 maart 2021
Mr. J.C.F. Knapp
Fractie VVD