Datum: 17-09-2021 - 20:50
29
jan
'21
College beantwoordt vragen GroenLinks over: handhaving en sancties bij participatiewet.
Geschreven door GroenLinks

College beantwoordt vragen GroenLinks over: handhaving en sancties bij participatiewet.

In een groot aantal landelijke media heeft de afgelopen tijd uitgebreide berichtgeving plaatsgevonden over de zaak waarin een vrouw uit de gemeente Wijdemeren vanwege strikte toepassing van regelgeving inzake de participatiewet is veroordeeld tot het betalen van een vordering van € 7000,- voor de ontvangst van boodschappen voor levensonderhoud...

De algemene teneur van het overgrote deel der reacties op deze kwestie is dat de menselijke maat bij, en de proportionaliteit van, de handhaving en sancties ver te zoeken is.

De fractie GroenLinks heeft de volgende vragen en deze zijn onlangs door het college van B&W van de gemeente Noordwijk beantwoordt:

Vraag 1.
De ISD hanteert de ‘regels van de wet’ bij eventuele terugvordering van de waarde van het bedrag van giften aan cliënten van de ISD. Welke prioriteiten stelt de gemeente/ISD bij controle op de inlichtingenplicht en welke criteria worden daarbij door de gemeente/ISD gehanteerd als grond voor nader onderzoek naar mogelijk misbruik door een uitkeringsgerechtigde?

Antwoord:
Er vindt tenminste iedere 24 maanden een periodiek heronderzoek plaats naar de rechtmatigheid van de uitkering. Als dat in het individuele geval nodig is, wordt tussentijds een incidenteel onderzoek naar het recht op uitkering ingepland. Daarnaast worden signalen van het inlichtingenbureau (IS-signalen) ontvangen. Dit kan gaan over een wijziging in de woonsituatie, verblijfstitel, inkomen, vermogen, studeren en ontvangst studiefinanciering.

Als dan blijkt dat er sprake is van omstandigheden die het recht op uitkering (kunnen) beïnvloeden, kan nader onderzoek worden gedaan. Dat kan een huisbezoek zijn, maar ook via aanvullende schriftelijke stukken of een extra gesprek. Daarbij wordt ook controle gedaan op de inlichtingenplicht en of die al dan niet is geschonden. Als wordt vastgesteld dat de inlichtingenplicht is geschonden, zal een boete worden overwogen. Er wordt geprobeerd terughoudend om te gaan met boetes en als het kan te volstaan met een waarschuwing.

Tot slot is het mogelijk dat er een tip ontvangen wordt. Al dan niet anonieme tips worden op de inhoud beoordeeld door een handhaver. Daarna volgt altijd eerst een administratief onderzoek alvorens de klant wordt uitgenodigd, een huisbezoek wordt gebracht of de Sociale Recherche (SR) wordt ingeschakeld. De klant wordt altijd in de gelegenheid gesteld zijn of haar visie op de situatie te geven.

Een voorbeeld: Een tip inzake zwart werk waarbij naam en toenaam van het bedrijf waar iemand werkt en gewerkte uren wordt genoemd, zullen wij in behandeling nemen. Een tip waarbij gemeld wordt: "Die persoon werkt zwart, kijk er eens naar", zonder verdere gegevens, wordt niet in behandeling genomen. Op jaarbasis vindt slechts een beperkt aantal van deze SR-onderzoeken plaats.

Vraag 2.
Deelt het college onze conclusie dat indien er volgens de gestelde prioriteiten geen reden is voor onderzoek tot terugvordering er in die gevallen ook geen noodzaak is om tot een dergelijke terugvordering over te gaan?

Antwoord:
Terugvorderen bij schending van de inlichtingenplicht is een wettelijke verplichting waar de gemeente zich aan moet houden. Datzelfde geldt ook voor de periodieke heronderzoeken.

Vraag 3.
Is het college met ons van mening dat, mede in het licht van de actuele kennis over de gevolgen van, en maatschappelijke onrust over, rücksichtslos bureaucratisch handhaven en terugvorderen, te allen tijde de menselijke maat dient te worden gehanteerd bij eventueel onderzoek en dat dit in de prioritering van criteria voor onderzoek tot uiting dient te komen?

Antwoord:
In alle gevallen wordt maatwerk geleverd en wordt gekeken naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden.

Vraag 4.
Als de gemeente/ISD onder meer de ontvangst van boodschappen voor levensonderhoud en kleding beschouwt als inkomen wat zijn dan de criteria voor de meldingsplicht bij het ontvangen van giften in natura, hoe worden die criteria aan de betrokkenen gecommuniceerd en hoe wordt de waarde van giften van bijvoorbeeld tweedehands goederen vastgesteld?

Antwoord:
Betrokkenen moeten alles wat van invloed kan zijn op het recht op uitkering onverwijld (dus direct) doorgeven aan de ISD. De NIBUD-normenlijsten worden aangehouden, om producten in natura uit te drukken in waarde in Euro's. Mocht het nodig zijn om tweedehands goederen (giften) in waarde uit te drukken, dan is een vergelijkend warenonderzoek een optie (bijvoorbeeld marktplaats). Overigens zijn er bij de ISD Bollenstreek geen gevallen bekend waarbij dat nodig is geweest.

Aanvragers worden actief geïnformeerd over hun rechten en plichten. Normaliter vind een informatie bijeenkomst plaats voor inwoners, waarbij wordt uitgelegd wat de inlichtingenplicht betekent (door corona nu niet mogelijk). Daarnaast ontvangen aanvragers een zogenaamd "spelregelboekje" met betrekking tot recht en plichten en regelingen waar ze mogelijk voor in aanmerking komen. Aanvragers krijgen een gesprek met een consulent van de ISD Bollenstreek (door corona nu niet fysiek mogelijk, alleen telefonisch), waarbij de persoonlijke situatie besproken wordt.

Als dan al zou blijken dat er bijvoorbeeld periodiek boodschappen worden ontvangen, wordt tijdens dat gesprek aangegeven dat dit niet kan in combinatie met een bijstandsuitkering. In de toekenningsbeschikking bijstandsuitkering staat standaard o.a. het volgende over de inlichtingenplicht: "Als u inkomen ontvangt zoals alimentatie, een onderhoudsbijdrage of giften voor het levensonderhoud van uzelf of uw kinderen, dan moet u dat direct aan ons doorgeven. U kunt dat doen met het mutatieformulier."

Vraag 5.
Welke criteria hanteert de gemeente/ISD voor het zonder inlichtingenplicht ontvangen van boodschappen voor levensonderhoud, kleding en bijvoorbeeld tweedehandsgoederen? Wat kan en mag binnen het huidige beleid, zijn hier maximale bedragen aan verbonden, hoe wordt de waarde van dergelijke giften volgens, voor iedereen transparant te controleren en terug te vinden, objectieve criteria vastgesteld?

Antwoord:
Er wordt naar het individuele geval gekeken. Er zijn geen maximale bedragen aan verbonden. Mocht het nodig zijn om dergelijke giften in natura een waarde toe te kennen, dan wordt de NIBUD­-normenlijst gebruikt.

Vraag 6.
Kunt u een overzicht geven van vormen van ondersteuning aan cliënten van de ISD die met inlichtingenplicht kan worden ontvangen, zonder dat een korting op de uitkering zal plaatsvinden?

Antwoord:
Er is geen overzicht of lijst. Er wordt naar het individuele geval gekeken.

Vraag 7.
Zijn goederen van de voedselbank onderworpen aan de inlichtingenplicht, hoe wordt de waarde daarvan bepaald en gepubliceerd, en wordt de waarde van die goederen wel of niet ingevorderd op de uitkering? Indien dit terugvorderen in het geval van de voedselbank niet gebeurt, deelt het college dan onze conclusie dat, in het kader van billijkheid, rechtsgelijkheid en de ‘zorgzame samenleving’, indien een cliënt van de ISD geen gebruik maakt van de voedselbank deze boodschappen voor een zelfde waarde ook op andere wijze mogen worden geschonken door, bijvoorbeeld, naaste familie?

Antwoord:
Boodschappen vanuit de Voedselbank leiden niet tot terugvorderingen. De Voedselbank controleert of iemand hulp van hen nodig heeft (aan de voorwaarden voldoet). De afdeling PW van de ISD Bollenstreek krijgt hier geen meldingen van. Als de boodschappen van een andere derde komen (bijv. van een familielid), is het per individueel geval te beoordelen of dit tot een terugvordering moet leiden. De vraag is waarom iemand dit structureel ontvangt naast een uitkering. En als de klant niet kan rondkomen van de uitkering, wat de oorzaak is en wat daaraan gedaan moet worden.

Vraag 8.
In hun berichtgeving over de participatiewet roepen gemeente en ISD op tot anonieme melding van mogelijke fraude waarbij die anonimiteit een eenvoudige mogelijkheid tot rancuneuze, ongerechtvaardigde meldingen creëert en de eerdergenoemde menselijke maat eenvoudig uit het oog kan worden verloren.

Om die menselijke maat en de proportionaliteit van deze methode te kunnen monitoren en beoordelen verzoeken wij het college ons de volgende gegevens te verstrekken: hoeveel anonieme meldingen ontvangt de ISD/gemeente jaarlijks betreffende de gemeente Noordwijk, in hoeveel gevallen leidt dit tot nader onderzoek, in hoeveel gevallen leidt dit tot daadwerkelijke constatering van fraude, wat zijn de kosten van dergelijk onderzoek door gemeente, ISD en hiervoor ingeschakelde externe partijen?

Antwoord:
Er wordt niet bijgehouden hoeveel al dan niet anonieme tips er binnenkomen. De ervaring leert dat dit er slechts enkele per jaar zijn. Deze tips worden ook niet allemaal in onderzoek genomen, omdat sommige tips dusdanig vaag zijn dat het onderzoek geen zin heeft.

De ISD Bollenstreek heeft 2 sociaal rechercheurs in dienst die voor de 4 Bollenstreekgemeenten en de gemeente Katwijk werken. Hoeveel onderzoeken zij per jaar doen (en wat een individueel geval dus kost) hangt af van de complexiteit van een zaak; dit verschilt per jaar.

Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Noordwijk.