Datum: 24-01-2021 - 04:46

14
jan
'21
College beantwoordt vervolgvragen fractie Bruisend Noordwijk over: handhaving bollengrond in Noordwijkerhout en Bollenstreek.
Geschreven door Bruisend Noordwijk

College beantwoordt vervolgvragen fractie Bruisend Noordwijk over: handhaving bollengrond.

Fractie Bruisend Noordwijk: In de brief van 20 augustus beantwoordde het college van B&W de door de fractie van Bruisend Noordwijk gestelde vragen inzake het beleid ter bescherming van bollengronden en de effectiviteit daarbij van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM). Grosso modo verwees u daarbij naar de afspraken, die werden gemaakt door de colleges in ISG-verband...

Meest recent werden die afspraken nog bevestigd in 2016. Tenslotte gaf u aan, dat inmiddels door de colleges van de Greenportgemeenten was afgesproken de gemeenteraden in het najaar van 2020 een integraal voorstel voor te leggen met daarin een aantal beslispunten met het oog op de herbevestiging van de uitgangspunten en doelstellingen van de 1SG2016. De bedoeling daarvan zou dan zijn om de gemeenschappelijke benadering van de Greenport, zowel wat betreft het ruimtelijk beleid als de uitvoering daarvan, te herbevestigen.

Binnen de raad van Noordwijk is genoemd voorstel (tot herbevestiging) evenwel nog niet in behandeling. Wel was er een RTG (ronde tafel) gepland op 18 november j.l., doch die werd geannuleerd. Daar stonden een drietal rapporten gepland, die verband hielden met de wijze van handhaving door of vanwege de ISG, de wethouders, de GOM en/of de ODWH:
- Een rapport van de Rekenkamercommissie Teijlingen inzake het functioneren van de GOM
- Het rapport van de Vrije Ondernemers Noordwijk (VON), eveneens inzake het functioneren van de GOM
- Het rapport “Loep op de GOM”, geredigeerd door de GOM zelf

Inmiddels en ondertussen is er veel onrust, niet in de laatste plaats onder de bezitters van paardenweitjes en moes- of volkstuintjes op veelal verloren stukjes bollengrond, waarover veelvuldig werd gerapporteerd door de media.

Meest recent wil ik uw college nog verwijzen naar de schriftelijke vragen, die gesteld zijn aan onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar aanleiding van het rapport van de VON. Deze vragen spitsen zich toe op het beleid, dat tot nog toe gevoerd wordt door alle bollenstreekgemeenten en derhalve ook de afspraken, die werden gemaakt in ISG-verband.

Vragen fractie Bruisend Noordwijk en deze zijn onlangs door het college van B&W beantwoordt:

Vraag 1.
Is het college bereid alsnog met spoed zorg te dragen voor bespreking van de eerder genoemde drie rapporten in een RTG?

ANTWOORD:
In het Bestuurlijk Overleg Ruimte (BO Ruimte van 1 juli 2020 is ondermeer gesproken over de borging van het ruimtelijk beleid van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 (dat in ieder geval loopt tot 2030) in de komende omgevingsvisies, Dit naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2022.

Tijdens het overleg van het BO Ruimte over dit onderwerp is tevens gesproken over een aantal actualiteiten als gevolg waarvan de voortgang van de, door de Greenportgemeenten aan GOM opgedragen, uitvoering van het ISG-beleid, in negatieve zin wordt beïnvloed. Om die reden is destijds afgesproken om in het najaar van 2020 een raadsbijeenkomst te organiseren, gevolgd door een raadsvoorstel en -besluit voor behandeling in alle gemeenteraden van de Greenport.

Het raadsvoorstel zou strekken tot herbevestiging van de uitgangspunten en doelstellingen van de ISG2016. Vanwege de Coronaperiode zou nog nagedacht worden over de manier waarop aan de raadsbijeenkomst vorm zou kunnen worden gegeven. Ten behoeve van de informatievoorziening inzake het ruimtelijk beleid voor de Greenport in de ISG en met name de rol daarin van GOM, zou aan alle gemeenteraden een notitie worden verstrekt van GOM. Deze notitie getiteld 'Loep op GOM' is vervolgens aan uw raad toegezonden bij raadsbief, verzonden op 9 november 2020.

Op grond van de in het BO Ruimte van juli 2020 gemaakte afspraak is vervolgens de passage bij vraag 7 in de aan uw raad op 22 augustus 2020 gezonden raadsbrief opgenomen, waarbij de bedoelde raadsbijeenkomst was aangekondigd, inclusief het raadsvoorstel en- besluit met beslispunten tot herbevestiging van de uitgangspunten en doelstellingen van de ISG2016.

Nadien is in een volgend BO Ruimte in september 2020 echter besloten, vanwege de actuele situatie en redenen van organisatorische aard, geen raadsbijeenkomst meer te organiseren en geen voorstel voor te bereiden inzake de uitgangspunten en doelstelling van de ISG2016. Daarbij werd besloten te volstaan met de inmiddels aan uw raad toegezonden notitie 'Loep op GOM'.

Gezien de gemaakte nadere afspraken in het Bestuurlijk Overleg van de Greenportgemeenten zijn wij dan ook niet voornemens om, al dan niet met spoed, een raadsvoorstel ten behoeve van het herbevestigen van de uitgangspunten van de ISG aan u voor te leggen.

Vraag 2.
Vindt het college het raadzaam om, voordat de (nieuwe) uitgangspunten worden besproken binnen de raden, daarover afstemming en overeenstemming te laten plaatsvinden tussen de colleges van de Bollengemeenten (het ISG-verband)?

ANTWOORD:
Gelet op de beantwoording van vraag l is de beantwoording van deze vraag niet meer aan de orde.

Vraag 3.
Vindt het college het raadzaam om, eveneens voorafgaande aan deze besprekingen binnen de raden, het antwoord van onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties af te wachten?

ANTWOORD:
Ons college begrijpt uit deze vraag dat deze vraag gericht is op de reactie van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) op de Kamervragen, naar aanleiding van het rapport van de VON getiteld 'Duin- en Bollenstreek 2020+'.

Zoals u middels uit de raadsbrief van ons college d.d. 23 december 2020, met betrekking tot onze reactie op het bedoelde rapport van de VON, heeft kunnen opmaken, hebben wij onze reactie op het rapport van VON aan de bedoelde Minister van BZK toegezonden met een afschrift aan de indiener van de schriftelijke Kamervragen.

Het betreft overigens een reactie, gebaseerd op het huidige, door de gemeenteraden van de Greenportgemeenten vastgestelde ruimtelijke beleid van de ISG2016 en de uitvoering daarvan. Ons college is gehouden aan de uitvoering van dat intergemeentelijk vastgestelde beleid, totdat diezelfde gemeenteraden in andere zin mochten besluiten.

Vraag 4.
Is het college ermee bekend, dat de gemeente Hillegom inmiddels als pilotgemeente de huidige ISG-afspraken al heeft opgenomen in een Omgevingsplan, dat in procedure is gebracht?

ANTWOORD:
Dat is ons college bekend. Sterker nog, we hebben als gezamenlijke Greenpoortgemeenten en GOM in het voortraject van het Omgevingsplan van de gemeente Hillegom, uitvoerig overleg gehad met de gemeente Hillegom over de inhoud daarvan en met name de borging daarin van het ruimtelijk beleid van de ISG2016 in het bedoelde Omgevingsplan.

Vraag 5.
Heeft uw college soortgelijke beleidsvoornemens?

ANTWOORD:
In de Programmabegroting 2021 is bij Hoofdstuk 9.3. Ruimtelijke Ordening en Omgevingsvisie het volgende aangegeven: 'We stellen mede op basis van de koers in de omgevingsvisie een omgevingsplan en omgevingsprogramma's op. Hierbij betrekken we het specifieke karakter van onze dorpen. Ook nemen we hierin de "Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport" (ISG) en de Strategische Agenda Ruimte Holland Rijnland mee'. Als planning is daarbij geen specifieke tijdshorizon aangegeven maar een doorlopend proces.

Wij merken hierbij op dat we u bij raadsbief van 6 april 2020 hebben geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de invoering van de Omgevingswet en de daaraan voorafgaande deelprocessen. Onderdeel daarvan is het omgevingsplan als opvolger van het bestemmingsplan.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikken gemeenten in formele zin al over een omgevingsplan (volgens het overgangsrecht vormen alle bestaande bestemmingplannen het omgevingsplan). Als pilotproject is het Omgevingsplan Boekhorst aangewezen. Op dit moment zien wij geen aanleiding om, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, nog een separaat omgevingsplan voor het landelijk gebied op te stellen.

Vraag 6.
Acht het college het opportuun om in voorbereiding tot gemeentelijke omgevingsplannen te bezien in hoeverre er nog voldoende ruimte is voor de oorspronkelijke ISG-afspraken in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI)?

ANTWOORD:
Wij zien in de NOVI juist een bevestiging van het ruimtelijk beleid zoals dat in de ISG2016 is verwoord. Immers, in de NOVI wordt aangesloten op het Nationaal Tuinbouwakkoord 2019-2030, als onderdeel van het Nationaal belang gericht op het ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. In het Nationaal Tuinbouwakkoord 2019-2030 vormen de deelnemende partners het gehele tuinbouwcluster (de Greenports Nederland waaronder de Greenport Duin- en Bollenstreek) als één van de door de Nederlandse overheid erkende nationale topsectoren.

De opgave van de sector is om de sterke positie te behouden en te versterken en oplossingen te bieden voor een gezonde en duurzame samenleving. Kortom, het ruimtelijk beleid van de Greenport Duin- en Bollenstreek in ISG2016, dat eveneens is gericht op de versterking en de duurzame ontwikkeling van de Greenport, sluit naadloos aan bij zowel het huidige Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte) als het nieuwe in de NOVI.

Vraag 7.
Is het college bereid, gezien de nog onzekere beleidsmatige ontwikkelingen en de onrust binnen de samenleving en de bezitters van paardenweitjes en volkstuintjes in het bijzonder, de huidige time-out in de handhaving te verlengen totdat er binnen de raad een standpunt is ingenomen over het al dan niet herbevestigen van eerdere ISG-afspraken?

ANTWOORD:
Vanuit uw raad is aangegeven dat er bij de uitvoering van dit project behoefte is aan een meer menselijke maat. Op dit moment wordt er namelijk alleen publiekrechtelijk gehandhaafd en dit is een strak handhavingstraject. Het toevoegen van de menselijke maat, meer dan de gesprekken die nu gevoerd worden, kan de oplossing zijn om de onrust binnen de samenleving weg te nemen.

Dit kan op verschillende manieren. Op dit moment wordt de uitvoering van het huidige handhavingstraject tegen het licht gehouden met als uiteindelijke doel, conform de uitgangspunten van de ISG, het behoud van het landschap inclusief de duurzame bollenteelt in de toekomst.

Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Noordwijk