Datum: 25-01-2021 - 08:28

08
jan
'21
Fractie DOEN! stelt aanvullende vragen betreffende nevenfuncties wethouder Alkemade in Noordwijk en Noordwijkerhout.
Geschreven door Fractie DOEN!

Fractie DOEN! stelt aanvullende vragen betreffende nevenfuncties wethouder Alkemade.

Fractie DOEN! heeft een paar weken geleden al de eerste vragen gesteld aan het college (nog niet beantwoordt) nav van de brief aan de raad gestuurd, over de nieuwe bezoldigde nevenfunctie van wethouder Alkemade. Gezien de zwaarte van zijn portefeuille vraagt DOEN! zich af of een bezoldigde nevenfunctie te combineren is met de werkzaamheden als wethouder....

De wethouder geeft aan bezoldigde activiteiten uit te voeren voor een bedrijf die recent is ingeschreven bij de KvK en op de website van de gemeente is af te leiden dat de wethouder directeur grootaandeelhouder is van een tweede bedrijf waar hij ook een bezoldigde betrekking heeft.

De vraag die toen al naar voren kwam is of wethouder Alkemade nader kan toelichten waarom hij meent dat deze activiteiten qua inhoud en tijdsbesteding te verenigen met zijn verantwoordelijkheid als wethouder en of hij kan aangeven hoeveel uur per week hij aan elk van deze bedrijven besteed?

Naar aanleiding van de eerste vragen werd DOEN! geattendeerd op het onderstaande artikel uit de gemeente wet Artikel 41b:

- Een wethouder meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad.

- Een wethouder vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap.

- Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis.

- Een wethouder die zijn ambt niet in deeltijd vervult, maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar.

Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.

Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen bedoeld in artikel 31 van die wet.

Op bovenstaand artikel heeft DOEN! de volgende aanvullende vragen:

In bovenstaand Artikel 41b Gemeentewet wordt aan wethouders de verplichting opgelegd een voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie aan de Raad te melden. Blijkens de wetsgeschiedenis (memorie van toelichting) blijkt duidelijk dat dit bedoeld is de Raad de mogelijkheid te geven eventuele bedenkingen tegen het aanvaarden van de betreffende functie kenbaar te maken.

Vraag 1.
Is het college met ons van mening dat het betreffende wetsartikel niet anders kan worden gelezen dan dat de melding aan de Raad dient plaats te vinden alvorens de functie wordt aanvaard?

Vraag 2.
Is het juist dat Wethouder Alkemade ten tijde van verzending van de brief de betreffende functie reeds circa een maand bekleedde?

Vraag 3.
Zo ja, is het College met ons van mening dat de Wethouder door de te late melding in strijd met de wettelijke bepalingen heeft gehandeld?

Vraag 4.
Is Wethouder van Alkemade van mening dat hij met zijn handelswijze in deze heeft geopereerd binnen de integriteitsnormen die van een wethouder mogen worden verwacht. Zo ja, waarom? Zo nee, welke consequenties dienen daar naar zijn mening aan te worden verbonden?

Vraag 5.
Was de Burgemeester ten tijde van het verzenden van de brief aan de Raad op de hoogte van het feit dat de heer Alkemade de functie reeds circa een maand bekleedde?

Vraag 6.
Zo ja, waarom wordt in de brief met de woordkeuze “voornemen” en “hij gaat” de Raad dan toch op het spoor gezet dat nog steeds sprake is van een voornemen en niet van een reeds gerealiseerd feit? Heeft zij de wethouder actief gewezen op het feit dat hij mogelijk in strijd met wettelijke bepalingen heeft gehandeld? Zo nee, waarom niet?

Namens de fractie Doen!
Astrid Warmerdam