Datum: 27-01-2021 - 02:36

25
nov
'20
College beantwoordt vragen NZLokaal over: aanpak oneigenlijk gebruik bollengrond in Noordwijkerhout, De Zilk en Noordwijk.
Geschreven door Redactie Blik Op Noordwijkerhout

College beantwoordt vragen NZLokaal over: aanpak oneigenlijk gebruik bollengrond.

De ODWH is namens het college gestart met het project om oneigenlijk gebruik van bollengrond aan te pakken. Dit zorgde voor veel reacties in de media (zie o.a. BON) en waren er in een eerder rondetafelgesprek drie insprekers Roos Hoeben, Femke Vink en Sander Schoneveld, zij maakten gebruik van hun spreekrecht om bij het rondetafelgesprek hun ongenoegen daarover uit te spreken...

(klik hier om bij punt 4 dit terug te luisteren) De gemeente gaat vooralsnog door op de ingeslagen weg. Wethouder Sjaak van den Berg heeft eerder wel beloofd te onderzoeken of de communicatie door de ODWH anders kan. „Daar wordt naar gekeken, maar het is niet zo dat er sprake is van een opschortende werking. De zaken gaan gewoon door.” gaf de wethouder tijdens hetzelfde rondetafelgesprek aan.

Ondertussen zijn er naast de eerdere algemene brandbrief en petitie over dit onderwerp, een flink aantal individuele brandbrieven gestuurd aan het college en de gemeenteraad, klik hier voor alle brandbrieven. 

De fractie van NZLokaal heeft naar aanleiding van het onderwerp vragen gesteld aan het college van B&W van de gemeente Noordwijk en deze zijn onlangs door het college beantwoordt..

Vraag 1 en 2.
Maatschappelijke behoefte:
Activiteiten als het houden van paarden en het hebben van een moestuin voorzien in maatschappelijke behoeftes. Ook als de bestaande paardenweitjes en moestuinen moeten verdwijnen, zijn deze behoeftes nog steeds aanwezig.

Vraag A. Heeft het college alternatieve locaties in onze gemeente aangewezen voor dit gebruik, of is het college voornemens dit te doen?

Antwoord
Het college ontkent niet dat er een maatschappelijke behoefte is aan volkstuinen. Binnen de gemeente Noordwijk zijn er op dit moment twee door de gemeente opgezette volkstuincomplexen. Eén aan de Achterweg en één aan de Northgodreef. De locatie aan de Achterweg is in het betreffende bestemmingsplan geregeld en hiervoor is bollencompensatie* aan de GOM betaald.

De locatie Northgodreef staat op de lijst van het project 'Handhaving agrarische bollengronden' in het buitengebied, omdat hier een agrarische bestemming geldt. Op dit moment loopt er ten aanzien van de Northgodreef een legalisatieverzoek zoals dat gebruikelijk is, binnen het handhavingsproject, voor geconstateerde strijdigheden. Verder staan er op dit moment 49 personen op de wachtlijst voor een moestuin. De wachttijd bedraagt ca. 1,5 tot 2 jaar.

Uit de grote maatschappelijke betrokkenheid bij de ingezette handhavingstrajecten van de gemeente Noordwijk en de daarop volgende reacties blijkt dat een behoefte bestaat aan mogelijkheden om paarden te houden. De jeugd en ook volwassenen maken op uitgebreide schaal gebruik van paardenweides op de op dit moment beschikbare locaties.

De vraag die daarbij echter gesteld moet worden is of dit gebruik op alle locaties moet worden toegestaan, of alleen op aangewezen plekken waar een dergelijk gebruik ruimtelijk inpasbaar is en het gebruik geen verrommeling oplevert ten aanzien van de doorkijken over de openteelt gronden. Dit betreft maatwerk. In het lopende handhavingstraject is maatwerk meegenomen. Per geval wordt immers bekeken of het betreffende gebruik ruimtelijk aanvaardbaar is.

* Betalingen aan de GOM vloeien in het bollencompensatiefonds. Hieruit wordt gronden aangekocht voor de herstructurering van het buitengebied en ter compensatie van verloren gaande teeltgronden.

Vraag B. En heeft het college hiervoor inzicht in de benodigde oppervlakte om in de genoemde behoeftes in onze gemeente te voorzien?

Antwoord
De gemeente beoordeelt de onderbouwing van verzoeken om ergens een functie te mogen realiseren waaronder o.a. de economische gronden. De gemeente vervult hierin altijd een faciliterende rol. Op dit moment is niet inzichtelijk hoeveel oppervlakte benodigd is om aan de gevraagde behoefte te voorzien, aangezien nu niet duidelijk hoe groot die behoefte daadwerkelijk is.

Vraag 3 en 4.
Verjaring
Zoals onze fractie ook in de rondvraag uitsprak, is gebleken dat tegen oneigenlijk gebruik in sommige gevallen gedurende tientallen jaren niet is opgetreden. Als gevolg hiervan kan het gebruik verjaart zijn, dus legaal geworden.

Vraag A. Gaat de ODWH per perceel eerst zelf na of er sprake is van verjaring, alvorens het handhavingstraject te starten?

Antwoord:
Officieel is er bij bouw- en ruimtelijke ordeningsregelgeving geen sprake van "verjaring" en blijft de beginselplicht tot handhaving bestaan. Indien over een grote tijdspanne geen handhaving heeft plaatsgevonden, moet daar echter wel rekening mee gehouden worden. Dit kan bijvoorbeeld een langere hersteltermijn rechtvaardigen.

In het kader van het huidige project is afgesproken dat die situaties, die aantoonbaar van voor 1996 zijn (voor het Pact van Teylingen 1996) en waarvoor geen officiële handhavingscorrespondentie heeft plaatsgevonden, buiten dit handhavingsproject worden gehouden.

Vraag  B. En als blijkt dat er sprake is van verjaring, wordt er dan (door ODWH of college) besloten om geen traject te starten?

Antwoord
Bij bouw- en ruimtelijke ordeningsregelgeving kan er geen verjaring optreden. Er blijft een beginselplicht tot handhaving bestaan. Wel kan na gedegen onderzoek besloten worden om niet handhavend op te treden. Het kan namelijk wel voorkomen dat, als gevolg van overgangsbepalingen in wetten, plannen en verordeningen, een in het verleden ontstane strijdige situatie uiteindelijk toch een legale situatie blijkt te zijn.

Voordat een handhavingstraject wordt ingezet wordt hiernaar onderzoek verricht. De gegevens van eigenaren kunnen niet altijd uitsluitsel bieden. Eigenaren worden in het eerste gesprek, bij de opname van de situatie met eigenaren, in voorkomende situaties daar wel op gewezen en uitgenodigd zoveel mogelijk informatie te verschaffen.

Ook wordt gewezen op de mogelijke rechtsmiddelen die de eigenaren kunnen aanwenden. In de zogenoemde waarschuwingsbrief, waarin de geconstateerde overtredingen worden weergegeven, staat ook standaard de mogelijkheid op welke wijze de eigenaar een dergelijke procedure in gang kan zetten.

Vraag 5 en 6.
Objectieve criteria voor geschiktheid als bollengrond
Niet alle oneigenlijk gebruikte percelen zijn weer geschikt en/of rendabel te maken voor gebruik voor bollen- en bloementeelt. Bijvoorbeeld door:
- de omvang van het perceel: te klein waardoor ze niet economisch rendabel zijn en/of niet te bewerken door machines;
- de geïsoleerde ligging: niet aansluitend aan andere bollengronden;
- de kwaliteit van de bodem: niet geschikt (te maken) voor bollen- of bloementeelt

Vraag A. Heeft het college objectieve criteria en/of beleid vastgesteld om te bepalen welke oneigenlijk gebruikte percelen geschikt zijn voor gebruik volgens de bestemming?

Antwoord
Het betreft hier niet alleen gronden ten behoeve van de bollen- en bloementeelt. Vertrekpunt zijn de door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplannen Buitengebied en Landelijk gebied. In de nu geldende bestemmingsplannen Landelijk Gebied in Noordwijk (oud) is, de agrarische bestemming overgenomen van het daaraan voorgaande bestemmingsplan Landelijk gebied. Dit geldt overigens ook voor het bestemmingsplan Buitengebied uit 2015. Dit houdt in dat de percelen conserverend bestemd zijn.

Ten behoeve van de vervaardiging van deze bestemmingsplannen voor het buitengebied hebben in regioverband met deskundigen en belanghebbenden inventarisaties plaatsgevonden. Voorafgaand hieraan hebben de zogenaamde keukentafelgesprekken met eigenaren en een inspraakprocedure plaatsgevonden, voorafgaand aan het formele bestemmingsplantraject. Uiteindelijk hebben de gronden hun definitieve bestemming op basis hiervan gekregen.

In het kader van de wettelijke vaststellingsprocedures van deze bestemmingsplannen zijn eigenaren in de gelegenheid gesteld de daaraan verbonden vereisten te verifiëren. Hiertoe is het bestemmingsplan ter inzage gelegd in de voorontwerp en ontwerpfase en ook na de vaststelling van het bestemmingsplan. Eigenaren hebben hierin zelf de verantwoordelijkheid om van dit recht gebruik te maken.

Wat betreft de handhaving van de gegeven bestemming is de in ISG-verband ontwikkelde notitie
"Voorstel legalisatie vraagstuk/benaderingswijze handhaving ISG/RO" leidend. In deze notitie zijn de onderling gemaakte afspraken vastgelegd over de wijze waarop de handhavingsopgave moet worden uitgevoerd. In het Bestuurlijk RO overleg Greenport en in het Overlegplatform Greenport RO is met de notitie ingestemd. Deze notitie is vervolgens door alle gemeenten in het ISG-gebied overgenomen en is het uitgangspunt voor de ingezette acties.

Naast de gemeente Noordwijk is ook HLT begonnen met handhaving.
Uitgangspunt in deze notitie is dat de agrarische bestemmingen in de bestemmingsplannen voor het landelijk gebied een agrarische bestemming hebben gekregen, zoals die ook in het daaraan voorafgaande bestemmingsplan golden. Dit geldt niet als in de voorafgaande periode een planologische relevante gebruikswijziging heeft plaatsgevonden waarmee het bevoegd gezag heeft ingestemd. Indien blijkt dat redelijkerwijs geen teelt kan plaatvinden, bevat de notitie een kader op basis waarvan in combinatie met de compensatieregeling bollengrond van GOM, mogelijkheden tot legalisering kunnen worden onderzocht, het genoemde maatwerk.

Vraag B. En wordt op grond hiervan bepaald voor welke percelen een handhavingstraject zal worden gestart?

Antwoord
Zie het antwoord onder vraag 3a.

Vraag 7 en 8.
Greenportwoningen
In het buitengebied worden Greenportwoningen gebouwd op gronden die prima geschikt zijn voor bollen- en bloementeelt. Ook in gebieden die in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport zijn aangewezen als ‘actief open te maken’. Op grond van de hierboven genoemde objectieve criteria kan vastgesteld worden welke oneigenlijk gebruikte percelen niet meer geschikt zijn als bollengrond.

Vraag A. Ziet het college kansen en mogelijkheden om deze percelen te gebruiken voor de bouw van Greenportwoningen, zodat de open gebieden gevrijwaard kunnen blijven van burgerwoningen?

Antwoord
Ja, bij de beoordeling van de individuele strijdige gevallen wordt inderdaad reeds in samenspraak met GOM gekeken of er een mogelijkheid bestaat om op percelen, waarop de bollenteelt redelijkerwijs niet (meer) zou kunnen plaatsvinden, greenportwoningen te bouwen.

Daarbij wordt ook beoordeeld of voldaan wordt aan het ISG, dus dat er goede spreiding is in het greenportgebied. Aanvullend nog de opmerking dat de bouw van greenportwoningen, indien planologisch denkbaar op een bepaalde plek, ook afhankelijk is van de medewerking van de individuele eigenaar van het betreffende perceel.

Vraag B. En is het college bereid om hierover in gesprek te gaan met de GOM en de buurgemeenten?

Antwoord
Zie beantwoording bij 4a.

Het college is van mening dat zij in het gehele proces rondom dit project alle zorgvuldigheid in acht heeft genomen die gezien de huidige wet- en regelgeving mogelijk is. Ook met betrekking tot de communicatie naar eigenaren/belanghebbenden toe. Daarnaast beseft ons college dat handhavingstrajecten weerstand en emoties kunnen oproepen en heeft daar ook begrip voor.

Uiteindelijk is het aan het bestuur om een gewogen afweging te maken tussen de diverse belangen die op de locaties een rol spelen. Een dergelijk afweging en het daarop volgend besluit zal nooit iedereen tot tevredenheid stemmen.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Noordwijk.