Datum: 21-10-2020 - 09:09
   
20
sep
'20
Fractie Bruisend Noordwijk stelt vragen aan college over: handhaving in het buitengebied.
Geschreven door Bruisend Noordwijk

Fractie Bruisend Noordwijk stelt vragen aan college over: handhaving in het buitengebied.

Fractie Bruisend Noordwijk: In de brief van het college gedateerd op 30 juli 2020 (zaaknummer 68317) beantwoordde u de door de fractie van Bruisend Noordwijk gestelde vragen inzake het beleid ter bescherming van bollengronden en de effectiviteit daarbij van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM). Nadere bestudering, maar ook signalen van met name inwoners van het buitengebied...

geven aanleiding voor de fractie van Bruisend Noordwijk om te komen tot enkele verdiepende vragen.

Uitgangspunten Pact van Teylingen, Offensief van Teylingen en ISG
In uw beantwoording verwijst u naar een in 2005 uitgevoerde berekening, waarbij de toen aanwezige oppervlakte van 2625 ha 1e klas bollengrond voor de hyacintenteelt als “kritische” massa behouden zou moeten blijven. De berekening was gebaseerd op een toenmalig areaal Hyacinten van 525 ha en een gewenste wisselteelt van 5 jaar.

Navraag bij het CBS leert evenwel, dat er thans geen sprake meer is van een areaal van 525 ha, maar van 450 ha (ultimo 2019) en de trend is sterk neerwaarts. Omdat het areaal gemeten is voor de gehele provincie Zuid-Holland, zal dat voor de Bollenstreek niet groter zijn geweest.

Signalen van inwoners
De GOM heeft een lijst geproduceerd van 266 in het buitengebied gelegen locaties, waar zij het haalbaar acht om op te treden tegen strijdig gebruik en welke gronden gebruikt zouden kunnen worden bij wijze van bollengrondcompensatie (jaarrapportage bollengrondbalans). Uiteindelijk heeft dit weer geleid tot een gefaseerde aanpak door de Omgevingsdienst West Holland (ODWH), die thans gaande is.

De kosten worden geraamd op rond de € 6.000 per perceel, dus in totaal rond de € 1,6 miljoen. De signalen, die de fractie tot nog toe bereiken zien vooral op de rechtlijnigheid bij handhaving. Uiteraard kunnen geen individuele gevallen worden genoemd vanwege nog lopende bestuursrechtelijke procedures. Wel komt het volgende beeld naar voren, dat van belang zou moeten zijn voor het te voeren beleid en de aansturing van de ODWH:

- De handhaving lijkt met name te staan in het teken van schaalvergroting en monocultuur en aldus weinig ruimte te bieden voor het streven naar een meer heterogeen landschap in de vorm van “weiden met blaarkoppen en paarden, kruidenvelden, wandelpaden en natuur” (ISG 2016). Maar ook voor startende ondernemers wordt het steeds moeilijker om nog te komen tot overname van een relatief klein bollenbedrijf.

- Bij de handhaving wordt onvoldoende acht geslagen op het bepaalde in artikel 3.1 onder a van het bestemmingsplan “Buitengebied 2015”, waar is bepaald, dat de gronden tevens bestemd zijn voor onder andere grootschalige openheid, kenmerkende landschapsstructuur, natuur- en landschapselementen in vorm van houtwallen en -singels, geriefhoutbosjes en overige groenvoorzieningen

- De bewijslastverdeling bij het al dan niet kunnen toepassen van overgangsrecht als bedoeld in artikel 41, lid 2 onder a van het vigerend bestemmingsplan drukt onevenredig zwaar op belanghebbenden. Ingevolge bestendige jurisprudentie van de RvS is het voldoende, wanneer belanghebbenden aannemelijk maken, dat bij inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds sprake was van strijdig gebruik.

Het overleggen van oude kasboeken, (lucht-)foto’s of verklaringen van derden zouden voldoende moeten zijn om in ieder geval te komen tot nader onderzoek van de zijde van de ODWH. In een aantal gevallen vindt dat bestendig strijdige gebruik al zijn grondslag in een ver verleden, waarbij de tijdlijn soms zelfs terug gaat tot de jaren 30 van de vorige eeuw.

Vragen:
Vraag 1.
Onderschrijft het college de cijfers van het CBS inzake het areaal Hyacinten in Zuid-Holland?

Vraag 2.
Zo ja, onderschrijft het college dan ook de stelling, dat het berekende areaal 1e klas Bollengrond voor de hyacintenteelt thans niet meer actueel is en berekend kan worden op thans 450 X 5 (wisselteelt) = 2250 ha?

Vraag 3.
Onderschrijft het college, dat er volgens de herberekening ruimte ontstaat voor andere functies, zoals (sociale) woningbouw, die berekend kan worden op 2625 – 2250 ha = 375 ha voor de gehele Bollenstreek?

Vraag 4.
Is de lijst met te handhaven locaties in het buitengebied openbaar of is deze ooit openbaar gemaakt?

Vraag 5.
Wordt bij de legalisatieonderzoeken op voorhand al rekening gehouden met overgangsbepalingen, waarbij strijdig gebruik in nieuwe planvorming kan voortduren?

Vraag 6.
In hoeverre wordt bij de handhaving rekening met het bevorderen van een meer heterogeen landschap?

Vraag 7.
Wordt daarbij meer specifiek een positieve uitzondering gemaakt voor weiden met blaarkoppen en paarden, kruidenvelden en natuur? 

Met vriendelijke groet,
Jaap de Moor, fractievoorzitter Bruisend Noordwijk