Datum: 17-10-2019 - 13:14
01
aug
'19
College geeft antwoord op schriftelijke vragen D66 over: verbouwplannen bollenschuur Langevelderweg Noordwijkerhout.
Geschreven door Bron: College van B&W en D66

College geeft antwoord op schriftelijke vragen D66 over: verbouwplannen bollenschuur Langevelderweg.

De fractie van het D66 heeft op 3 juli schriftelijke vragen gesteld aan het college van B&W van de gemeente Noordwijk, met betrekking tot de bestemmingswijziging en verbouwplannen van de bollenschuur aan de Langevelderweg 37c in Noordwijkerhout voor huisvesting van 100 arbeidsmigranten. Het college van B&W heeft antwoord gegeven op deze vragen...

Het D66 heeft over dit dossier de volgende vragen aan het college gesteld en het college heeft ze onlangs beantwoord (zie hieronder). De vragen die al eerder op 18 juni over dit onderwerp gesteld zijn door de fractie van het CDA zijn nog niet beantwoord of bekend gemaakt.

Op 4 juli 2019 ontvingen wij schriftelijke vragen ex artikel 39 Reglement van Orde namens de fractie van D66 Noordwijk. De vragen en de antwoorden treft u aan in deze brief.

Vraag 1:
Wat is de reden dat er in Noordwijkerhout, dat al het op één na grootste aantal arbeidsmigranten van Nederland telt (te zien bij Hart van Nederland), naast de locatie aan de Schippersvaartweg in Noordwijkerhout en de te ontwikkelen locatie op de Molenweg in Noordwijkerhout, nu ook een locatie aan de Langevelderweg aangewezen wordt als huisvestingslocatie?

Antwoord:
Vanuit organisaties die zich bezig houden met de huisvesting van arbeidsmigranten is al enige tijd geleden aangegeven dat er een nijpend tekort is aan locaties (bedden), om arbeidsmigranten conform de SNF-normen te huisvesten. Gesteld wordt dat de onderhavige locatie is aangewezen als huisvestingslocatie. Dit is niet het geval.

De eigenaar van dit perceel is zelf voornemens om dit voormalige agrarische pand te verbouwen tot huisvestingslocatie voor arbeidsmigranten en vanuit zijn bedrijfsvoering te exploiteren. Daartoe doet een beroep op bestaand vastgesteld beleid/regelgeving en heeft op basis hiervan een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend.

Vraag 2:
Op grond van welke overwegingen heeft het college besloten juist nu en op deze locatie medewerking te verlenen aan deze gevraagde omgevingsvergunning?

Antwoord:
Er is op 14 augustus 2018 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen op welk moment deze een aanvraag via het omgevingsloket indient. Bij de indiening gaat de Omgevingsdienst West Holland bepalen of de aanvraag in behandeling kan worden genomen. Na enkele aanvullingen en aanpassingen voldeed de aanvraag aan de eisen die de wet stelt en kon de aanvraag in behandeling worden genomen.

De besluitvorming heeft dus met inachtneming van het gestelde in de Awb, de Wabo, het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de Erfgoedverordening plaatsgevonden en is toepassing gegeven aan artikel 2.12 lid I onder a Wabo. In de beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk houdende regels omtrent huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Beleidsregel Ruimtelijke voorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- en Bollenstreek (hierna beleidsregel) (klik hier) worden in artikel 3 de te hanteren uitgangspunten geformuleerd.

Vraag 3:
Kan het college aangeven hoe het aantal van 100 arbeidsmigranten zich verhoudt tot de bepaling in artikel 5.3 waarin staat: "In karakteristieke of monumentale (voormalige) agrarische bebouwing mogen maximaal 30 arbeidsmigranten worden gehuisvest, waarbij er ook moet worden voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit."

Antwoord:
In artikel 5.3 van de regels behorend bij de Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten staat inderdaad dat huisvesting van arbeidsmigranten in karakteristieke of monumentale (voormalige) agrarische bebouwing tot een max. van 30 is toegestaan. Het huisvesten van meer dan 30 arbeidsmigranten is dan in eerste aanleg strijdig. Het onderhavige pand heeft een zodanige omvang dat het huisvesten van meer dan 30, in dit geval 100, qua ruimtelijke benutting mogelijk is, alleen juridisch niet.

Binnen de Beleidsregel is daarvoor een bepaling opgenomen dat, wanneer het meer dan 30 betreft, hiervoor dan gebruik kan worden gemaakt van maatwerk conform de "Procedure voor Maatwerk in de Greenport". De aanvraag is in deze procedure voorgelegd aan het Overlegplatform Greenport RO Duin- en Bollenstreek.

Het platform heeft unaniem ingestemd met het plan en geeft in haar advies aan dat het voorliggende plan voorziet in het aanbieden van logiesgewijze huisvesting aan 100 arbeidsmigranten. Het platform is van mening dat de huisvesting van arbeidsmigranten op deze locatie een positieve bijdrage levert aan de instandhouding van een monumentale bollenschuur.

Vraag 4: 
Welke overwegingen hebben geleid tot het maken van deze uitzondering?

Antwoord:
Omdat de aanvraag ver boven de huisvesting van 30 arbeidsmigranten uitging is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zogenoemde "maatwerkprocedure" te starten om op deze wijze ook draagvlak binnen het gehele Greenportgebied voor dit initiatief te krijgen, hetgeen behoorlijk bepalend is bij de overweging om wel of niet over te gaan tot positieve besluitvorming. Het platform heeft de aanvraag positief beoordeeld. 

Vraag 5: 
Kan het college ons het in artikel 3 van de Beleidsregel genoemde verplichte communicatieplan beschikbaar stellen?

Antwoord:
Nee. Deze had bij de aanvraag voor de zogenoemde maatwerkprocedure moeten zitten. In de ruimtelijke onderbouwing wordt aangegeven dat deze nog wordt opgesteld, waarin aandacht zal zijn voor het voorkomen van overlastsituaties, huisregels en het betrekken van omwonenden bij het initiatief.

Vraag 6: 
Indien dit communicatieplan niet beschikbaar is, wat is daarvan de reden?

Antwoord:
Zie beantwoording punt 5. Een initiatief in het werkingsgebied GOM moet volgens de Beleidsregel een onderbouwing voor de Ladder van duurzame verstedelijking bevatten.

Vraag 7: 
Kunt u ons deze onderbouwing van dit initiatief voor de Ladder van duurzame verstedelijking verstrekken?

Antwoord.
Uiteraard is er in de ruimtelijke onderbouwing aandacht geschonken aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De beoogde logiesfunctie voor arbeidsmigranten is geen stedelijke ontwikkeling, omdat deze wordt gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing.

Een nadere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking uit het Besluit ruimtelijke ordening en provinciale ladder is daarmee niet vereist. Volgens de vastgestelde Beleidsregel is de verhuurder verantwoordelijk voor de relatie met omwonenden. De verhuurder zorgt er dan ook voor dat er geen onaanvaardbare overlast ontstaat voor omwonenden.

Vraag 8: 
Kan het college toezeggen dat afspraken hieromtrent afdwingbaar worden opgesteld?

Antwoord:
De vergunning is op handhaafbaarheid getoetst. Normaal gesproken valt dit onder handhaving. Het college zal extra toezien op de opstelling van het communicatieplan waarin aandacht zal zijn voor het voorkomen van overlastsituaties, huisregels en het betrekken van omwonenden bij dit initiatief.

Vraag 9: 
Kan het college toezeggen omwonenden daar actief bij te ondersteunen?

Antwoord:
Initiatiefnemer heeft dit als onderdeel opgenomen in het communicatieplan. De Beleidsregel stelt voor vrijkomende agrarische gebouwen onder meer de volgende eis: De landschappelijke inpassing van bijbehorende functies (zoals parkeren, buiten ruimte enz.) in het buitengebied moet op een verantwoorde manier plaatsvinden. De ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied mag niet worden aangetast, conform het huidige ruimtelijke Provinciale beleid en het Landschapsperspectief uit de ISG2Ol6.

Vraag 10:
Op welke wijze wordt in dit geval aan deze eis gevolg gegeven?

Antwoord:
Bij de aanvraag omgevingsvergunning is naast de ruimtelijke onderbouwing tevens een Landschappelijk inpassingsplan toegevoegd. Daarnaast worden aan de verleende omgevingsvergunning voorwaarden/regels gesteld waaraan voldaan moet worden.

Hierbij wordt ook verwezen naar de aanvraag die wezenlijk onderdeel uitmaakt van de vergunning. Hierin worden alle onderwerpen van milieu hygiënische, landschappelijke en verkeerskundige aard uiteengezet. Dit moet dan ook door de vergunninghouder worden nageleefd.

Niet naleving is dan de grondslag om bestuursrechtelijk te handhaven Wij realiseren ons de gevoeligheid van het onderwerp. De communicatie was ondanks afspraken met initiatiefnemer onvoldoende. Weliswaar is de communicatie de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, maar in de toekomst zal de gemeente, in voorliggende gevallen, meer sturing geven aan de informatievoorziening, in plaats van deze volledig bij de initiatiefnemer neerleggen.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk
J.H.M. Hermans-Vloedbeld