Datum: 05-04-2020 - 19:15

Column Egbert van der Weide 'Foutje…'.

Blik Op Noordwijkerhout heeft een vast item toegevoegd aan de nieuwswebsite van, voor en over Noordwijkerhout en De Zilk. De redactie heeft dominee Egbert van der Weide bereid gevonden om zijn wekelijkse column ook beschikbaar te stellen voor op BON. Iedere week...

zal op woensdagmorgen zijn nieuwe column hier op BON te lezen zijn, wij wensen u veel leesplezier. Alle columns worden verzameld en zijn terug te lezen zijn via "uitgelicht" aan de linkerkant van het scherm of klik hier.

Column 3-06-2015 Egbert van der Weide > 'Foutje…'.
Ergens in de Bijbel staat deze tekst: in de veelheid aan woorden ligt de overtreding opgesloten. Of, in alledaags Nederlands: wees voorzichtig met wat je zegt, want er zit zo gauw een verkeerd woord tussen. Denk niet, dat deze waarschuwing alleen geld voor wie z’n brood verdient met praten.

Zeker, dominees, pastoors, leerkrachten, marktkooplui, colporteurs, autodealers en keukenverkopers kunnen het zich aantrekken. Maar ook wie minder te zeggen heeft, zegt zomaar iets wat beter niet gezegd had kunnen worden. En dan gaat het nog niet eens over hele grote fouten.

Je hebt ook wel eens dat je er wat uitflapt wat niet meteen 100% verkeerd is, maar waar je direct al van weet dat het misschien was geweest om het te verzwijgen. Of misschien hebt u dat nooit, en ben ik de enige die zoiets bij herhaling heeft.

Wat ik er ooit uitflapte tijdens een lesuur Grieks op de middelbare school leent zich niet voor herhaling in deze column, die immers ook door kleine kinderen gelezen kan worden. Maar andere dingen wel. Dit bijvoorbeeld: een week of wat geleden hield ik voor een dame haar jas op.

Ze vond dat een galant gebaar. ‘Ja’, zei ik, ‘dat doe ik voor alle knappe jonge vrouwen. En ook voor jou’. En dat laatste, dat begrijpt u wel, dat had ik niet moeten zeggen.  De dame in kwestie zag er de lol wel van in en kon er gelukkig om lachen. Dat was mijn redding. Maar galant was het niet echt.

Kort daarop ging ik weer de fout in. Ik had zin in een kop koffie, en zei tegen mijn vrouw: ‘zet jij eens een kopje koffie voor de baas.’ Een verbaasde blik, gefronste wenkbrauwen en daarna enig hoongelach waren mijn deel. In die volgorde.

Ik haastte mij het enigszins recht te breien en zei nog snel: ‘…en ook voor mij…’ Maar het was al te laat. Een mens vermomt zich in woorden, maar af en toe komt de ware aard boven. Mijn vader had er wel een antwoord op gehad.

Hij was zeer Bijbelvast, en als we ons thuis wel eens bezondigden aan het taalvergrijp dat ik hierboven heb geschetst, lachte hij vriendelijk en zei, met de Spreukendichter: ‘antwoord een zot niet naar zijn dwaasheden’.

Egbert van der Weide