Datum: 05-04-2020 - 18:21

Column Egbert van der Weide "Vol".

Blik Op Noordwijkerhout kan weer een nieuw vast item toevoegen aan de nieuwswebsite van, voor en over Noordwijkerhout en De Zilk. De redactie heeft dominee Egbert van der Weide bereid gevonden om zijn wekelijkse column ook beschikbaar te stellen voor op BON. Iedere week...

zal op woensdagmorgen zijn nieuwe column op BON te lezen zijn, wij wensen u veel leesplezier. Alle columns worden verzameld en zijn terug te lezen zijn via "uitgelicht" aan de linkerkant van het scherm of klik hier.

Column 25-06-2014 > "Vol".

Langzaam schuifelde ze met haar rollator de tram binnen. Te langzaam voor de mensen achter haar,  want die duwden ongeduldig tegen haar op. Maar ze kon niet sneller. Niet alleen omdat de tram vol was, maar vooral omdat ze moe was. Moe en oud. Elke dag nam ze de tram om haar man op te zoeken, sinds hij in het verpleeghuis was opgenomen en zij achterbleef in hun veel te grote woning. Het verpleeghuis lag aan de andere kant van de stad. Dichterbij was geen plaats geweest.

Dus liep ze elke middag naar de dichtstbijzijnde tramhalte, stapte halverwege over en kon dan gelukkig doorrijden tot vlak bij de instelling. Het was zo’n tehuis met lange gangen en ruime paviljoens. Haar man zat ergens achterin, een hele tippel iedere keer. Terug dezelfde weg, dezelfde overstap – maar dan in trams die tjokvol mensen zaten. Ze wilde wel ’s morgens naar haar man, maar dan was het te druk op de afdeling, hadden ze haar gezegd. En ’s avonds durfde ze niet zo goed meer sinds ze eens in het schemerdonker was overvallen. Dat was goed afgelopen, iemand was haar te hulp gekomen. Maar de schrik zat er goed in.

Dus reisde ze, ook deze dag, midden in het spitsuur naar huis. Een zitplaats was er ook nu niet, maar daar was ze aan gewend. Ze begreep het best: de mensen hadden een drukke dag achter de rug. Werken of winkelen, moede benen kreeg je van allebei. Aan het feit dat ze zelf oud en breekbaar was keek iedereen voorbij. ‘Het oude moet eerst af’, zei haar moeder vroeger. Inderdaad: ze was 92, zij hoefde niet zo lang meer. De meeste andere passagiers hadden nog jaren van werken en lopen vóór zich. Vermoeid sloot ze haar ogen. Ach, straks was ze thuis.

Iemand stootte haar voorzichtig aan. De jonge Marokkaanse vrouw die naast haar stond, vroeg zacht: ‘bent u moe mevrouw?’ En meteen daarna iets harder: ‘er wil vast wel iemand voor u opstaan…’ Opeens waren er wel drie of vier mensen die eerst hardnekkig hadden vermeden haar te zien, die haar hun plaats aanboden. Op de dichtstbijzijnde stoel zeeg ze neer. Ze keek met een dankbare glimlach naar haar redster met die mooie hoofddoek. Die knipoogde, alsof ze zeggen wilde ‘heb ik dat niet mooi geregeld’. En ze dacht bij zichzelf: waren er maar meer van zulke mensen…

Egbert van der Weide