Uitgeweid: 'Hoe ras of traag de tijd verdwijnt'.

Blik Op Noordwijkerhout heeft een vast item toegevoegd aan de nieuwswebsite van, voor en over Noordwijkerhout en De Zilk. De redactie heeft Egbert van der Weide bereid gevonden om zijn wekelijkse column 'Uitgeweid' ook beschikbaar te stellen voor op BON. Iedere week zal op woensdagmorgen zijn nieuwe column hier op BON te lezen zijn...

wij wensen u veel leesplezier. Alle columns worden verzameld en zijn terug te lezen zijn via menu-item 'BlikOp' klik hier.

Column: Uitgeweid 29-08-2018 'Hoe ras of traag de tijd verdwijnt'.

Protestantse lezers van boven een bepaalde jaargang zullen deze regel meteen herkennen of zelfs zachtjes voor zich uit kunnen neuriën. Het is de eerste regel van het derde couplet van een eertijds graag gezongen lied. Gezang 73, gezang 103 of gezang 321 – het hangt er maar van af welke bundel je opslaat. In het nieuwste gezangboek is het niet meer opgenomen. Te dierbaar wellicht, met een vroomheid die blijkbaar de uiterste houdbaarheidsdatum had overschreden.

Wat mij betreft niet. Ik houd van het lied. Misschien wel voornamelijk wel omdat dit het eerste gezang was dat ik als 7-jarig jongetje leerde op de Gereformeerde Kleuterschool aan de Reviusweg. Dat lijkt me overigens reden genoeg om levenslang aan zo’n lied gehecht te zijn. Natuurlijk begrijp je wanneer je 7 bent niets van die gezwollen woorden van een 18e-eeuwse dichteres. Wat begrijp je wel, op die leeftijd? Je leert zo’n lied uit je hoofd omdat de juf zegt dat het moet. Want het is zoals de Duitsers zeggen: erst lesen, dann lösen.

Tegen de tijd dat je meer begrijpt snap je er niks van: de tijd gaat toch altijd even snel? Of beter: even traag? Want als je kind bent duurt alles lang. Een schooldag, voor straf op je kamer zitten, de laatste nacht voor je 8e verjaardag, een zomervakantie – het trekt allemaal in een heerlijk loom tempo voorbij.

Naar mate je nog meer begrijpt, begint op sommige momenten de tijd opeens sneller tussen je vingers door glijdt dan op andere. Bij de tandarts lijkt de klok stil te staan, maar in de armen van je geliefde gaat het rasser. De ene minuut een eeuwigheid, de andere een oogwenk. Boven de 50 is er geen houden meer aan: àlles gaat sneller. Voor je het weet ben je alwéér jarig.

Volgende maand is het 11 jaar geleden dat ik mij opmaakte naar Noordwijkerhout te gaan – maar ondertussen woon ik alweer bijna een jaar in Warmond. Als het waar is dat alleen de nare dingen lang duren, is dat natuurlijk een goed teken. Ik heb een prima leven, dat besef ik ook. Maar juist daarom mag het allemaal wel ietsje trager gaan…

Egbert van der Weide.