Datum: 24-10-2019 - 04:44

Hoe ist? Ja bèst! 'Verleden'.

Dorpsgenoot 'Ruud' schrijft met regelmaat een column op Blik Op Noordwijkerhout met 'Een blik met een knipoog op het dagelijkse leven in Noordwijkerhout'. De al eerder verschenen columns kunt u teruglezen onder het menu-item 'BlikOp' bij 'Columns Ruud'. Vandaag weer een nieuwe: Hoe ist? Ja bèst!....

Hoe ist? Ja bèst! Een blik met een knipoog op het dagelijkse leven in Noordwijkerhout!

Hoe ist? Ja bèst! 'Verleden'.

De oude man schuifelt moeizaam langs de vele etalages. Als hij even blijft staan, bekijkt hij treurig z’n spiegelbeeld. Zijn eens recht rug is nu gebogen, z’n haren wit en spaarzaam en door de vele rimpels in z’n gezicht herkent hij zichzelf nog nauwelijks.

Langzaam zet hij z’n tocht voort tot aan het bouwval dat omringd is met hekken. “Pas op, instortingsgevaar”, staat er op het bordje. Hier was vroeger z’n werkplek; het eens zo statige gemeentehuis. Toen had hij aanzien en werd hij door de burgers herkend en met respect behandeld. Nu is hij nog slechts een anonieme schaduw aan het einde van een lang leven.

Steunend op z’n rollator, draait hij zich om richting het dorpscentrum. Als hij het witte kerkje in het zicht krijgt, stopt hij even. Het karakteristieke plaatje dat zo veel ansichtkaarten heeft opgeluisterd, doet een kleine glimlach op z’n gezicht verschijnen. De oude, knoestige bomen rond het plein staan in volle tooi. Hij telt ze. Nog steeds dertien mompelt hij voor zich uit.

Vermoeid door z’n wandeling, neemt hij plaats op één van de bankjes. Hij kijkt naar het winkelende publiek en is blij dat het gehele centrum een voetgangersgebied is geworden. Z’n gedachten gaan terug naar die roerige tijden, waarin hij talrijke moeilijke beslissingen moest nemen en vaak de toorn van boze burgers over zich heen kreeg.

‘Ja, hoge bomen vangen immers veel wind’, fluistert hij tegen de trotse boom, waar hij onder zit. ‘Ik heb jou nog officieel geplant en jullie voorgangers heb ik ook goed gekend.’ Een voorbijgangster trekt bedenkelijk haar wenkbrauwen op als ze die oude man in zichzelf ziet praten. Het kan hem niet meer schelen. Tegen wie kan hij anders nog praten?

Hij is best trots op wat hij in z’n loopbaan heeft bereikt. Eens was dit een klein, zelfstandig dorpje dat best in staat was de eigen broek op te houden. Door omstandigheden buiten zijn invloed, wist hij dat daar eens een einde aan zou komen. Moeilijke tijden waren dat voor hem, maar hij heeft zich er door heen geslagen.

Trots kijkt hij nog eenmaal om zich heen om zich vervolgens weer naar z’n eenzame kamer te begeven.

Hoe ist? Ja bèst, maar ik leef een beetje in de toekomst op het moment.

RUUD