Datum: 14-10-2019 - 09:50

Hoe ist? Ja bèst! 'Onverwacht Bezoek'.

Dorpsgenoot 'Ruud' schrijft met regelmaat een column op BON met 'Een blik met een knipoog op het dagelijkse leven in Noordwijkerhout'. De al eerder verschenen columns kunt u teruglezen aan de linkerkant van het scherm bij uitgelicht. Vandaag weer een nieuwe: Hoe ist? Ja bèst!....

Hoe ist? Ja bèst! Een blik met een knipoog op het dagelijkse leven in Noordwijkerhout!

Hoe ist? Ja bèst!  'Onverwacht Bezoek'.

We hadden niet echt op ze gerekend, maar we zijn niet zo moeilijk als iemand onverwacht voor de deur staat. Gezelligheid genoeg en een vorkje meeprikken mag altijd bij ons.

Teunis en Sandra kwamen echter niet voor de gezelligheid. In hun fel gele, fluoriserende pakken en met grote koffers in de hand staan ze midden in de kamer. De felle blauwe lampen van hun  op de stoep geparkeerde ambulance reflecteren spookachtig op hun pakken en op de wapperende, witte ragebol van een nieuwsgierige overbuurvrouw. Ongewild speel ik de hoofdrol in een foute film.  

De twee hulpverleners kijken me bezorgd aan. Dan analyseren ze snel en adequaat de situatie en voordat ik het weet, zit ik onder de electroden en draden die naar een piepend scherm leiden. Vol zelfmedelijden volg ik al hun aanwijzingen op en beantwoord ik hun vragen.

Het bleke gezichtje van m’n vrouw doen m’n tranen opwellen. De opluchting is groot als Teunis en Sandra even later goedkeurend met hun hoofden knikken. Het filmpje dat pruttelend uit de koffer komt rollen, vertoont geen afwijkingen.

De pufjes uit een spray-flesje verlichten de druk op m’n borst niet. Het is weliswaar niet het gevoel dat er een olifant op zit, maar het benadert toch wel het gewicht van een goed doorvoede kater. Reden genoeg om de volgende scene van deze film in het ziekenhuis af te spelen.

Met Sandra achter het stuur, Teunis naast me en m’n angstige vrouwtje in de auto er achter, rijden we naar het LUMC. Met alle draden nog steeds aangekoppeld en ingesnoerd op een smal bedje ervaar ik horizontaal m’n eerste ritje in een ambulance.

Na drie uur aan de monitoren gelegen te hebben, veelvuldig bloed prikken en een heuse fotoshoot, steekt een jolige dokter z’n hoofd om de deur. Er zijn geen gekke dingen gevonden, dus mogen we afgekoppeld worden en weer terug naar huis. Met de woorden dat we ons geen zorgen hoeven te maken en dat we altijd weer welkom zijn, nemen we afscheid.

We zijn geschrokken, opgelucht maar vooral ook dankbaar. Wat een ongelooflijk goede gezondheidszorg en wat een fantastische hulpverleners hebben we toch. Daar blijf je toch gewoon met je handen van af! Die geef je de ruimte, respect en je maakt een diepe buiging als zij hun werk moeten doen.  

Hoe is het? Ja bést! Mijn hart klopt voor onze hulpverleners!

RUUD