Datum: 24-10-2019 - 03:45

Hoe ist? Ja bèst! 'Jachtig'.

Dorpsgenoot 'Ruud' schrijft met regelmaat een column op BON met 'Een blik met een knipoog op het dagelijkse leven in Noordwijkerhout'. De al eerder verschenen columns kunt u teruglezen aan de linkerkant van het scherm bij uitgelicht. Vandaag weer een nieuwe: Hoe ist? Ja bèst!....

Hoe ist? Ja bèst! Een blik met een knipoog op het dagelijkse leven in Noordwijkerhout!

Hoe ist? Ja bèst!  '
Jachtig'.
De veer van z’n groene hoed wijst triestig naar beneden en z’n modderige laarzen laten een grillig spoor achter op onze tegelvloer. Met een luide plof laat m’n grote vriend Jaap zich op onze bank vallen en kijkt me met een treurige blik aan.

“Ik kon het niet,” zijn z’n eerste woorden. Ik trek een wenkbrauw op en kijk hem vragend aan. Als antwoord wijst hij naar de koelkast, ten teken dat hij een biertje wil. Als het koele gerstennat in één lange teug achterover geslagen is, gaat hij verder.

“Ik weet dat het noodzakelijk is. Er zijn er te veel, er is te weinig voedsel voor allemaal en ze bezorgen veel overlast, maar ze zijn zo mooi.” “Maar dat was toch de reden dat je je jachtvergunning wilde behalen? Het evenwicht in de natuur in stand houden en het verlossen van zieke dieren.”

Hij knikt treurig en neuriet dan zachtjes ♫ 2 reebruine ogen, die keken de jager aan ♫. “Ik ben weggelopen toen het eerste Damhert voor m’n loop verscheen,” gaat hij weemoedig verder.

“De anderen hebben me er wel om uitgelachen, maar dat kon me niet veel schelen. Het feit dat het misschien een goede beslissing was om hun aantal drastisch terug te brengen, betekent nog niet dat ik zelf het vonnis moet voltrekken?”

“Ga je dan nu je kortstondige carrière als jager beëindigen?” Hij blijft even stil en wijst nogmaals naar de koelkast. “Ja, maar dat is niet stoer toch?”

“Ieder beslissing waar je zelf 100% achter staat, is een stoere!” antwoord ik met overtuiging. “Je kan altijd nog nadenken over een opleiding tot boomchirurg, want daar hebben we hier een ernstig tekort aan.” Een grote glimlach verschijnt op z’n gezicht. “Of ik word oppertonknuppelaar, dan kom ik misschien ook nog op televisie.”

“Ja, waarom niet,” zucht ik. “Voor een carrière als keeper bij onze lokale an nationale trots is het wel een beetje te laat.” Hij kijkt me verbaasd aan. “ Je neem me toch niet in de maling hè? Tonknuppelen is toevallig wel de nieuwe trend en trekt weer een hoop publiciteit aan.”

Gejaagd kijkt hij om zich heen, slurpt het laatste restje schuim uit het groene blikje en richt zich op. Met de tekst:  “ik hang m’n geweer aan de bomen en haal m’n knuppel uit het vet” loopt hij met grote, modderige stappen de deur uit.

“Succes met het vinden van een boom waar nog takken aan zitten”, roep ik hem nog na.

Hoe is het? Ja bést, want ik sta vandaag vooraan bij het knuppelen!

RUUD